‘Modernism and Tribal Art on visit’

Expositie van zaterdag 30 maart t/m zondag 2 juni

Galerie Aelbrecht bestaat dit jaar 40 jaar. Ter gelegenheid van dit heuglijke feit is besloten een andersoortige tentoonstelling te maken dan dat u van ons gewend bent. De keuze is gevallen op een tentoonstelling van abstracte schilderijen en werken op papier, en wel in het bijzonder werken van ‘informele kunstenaars’ uit de jaren 50 en 60 en van de hedendaagse kunstenares Loes Ham die abstract werk maakt dat refereert aan materieschilderkunst in combinatie met etnografica uit Afrika en Papoea-Nieuw-Guinea.

De schilderkunst en de etnografica zijn al sinds het begin van de 20ste eeuw met elkaar verbonden. Een mooi voorbeeld van moderne kunst in samenhang met ‘primitieve kunst’ was de tentoonstelling ‘Primitivism in 20th century art’ in het museum voor moderne kunst in New York (MoMA) in de jaren tachtig. Veel kunstenaars uit de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw verzamelden ook etnografica. In Nederland was de collectie van de materiekunstenaar Jaap Wagemaker in binnen- en buitenland een begrip. Etnografica was voor de CoBrA kunstenaars (Rooskens, Brands, Corneille) en de informele kunstenaars ook een bron van inspiratie, net als oude muren. (de ‘materiekunst’ valt onder het begrip ‘informele kunst’. Daartoe behoren ook het zgn. Tachisme en en het abstract expressionsme van bijv. Pollock. CoBrA is eraan verwant) Men verzamelde ook afbeeldingen uit kranten en bladen uit die tijd, zoals ook blijkt uit de plakboeken van Jaap Wagemaker (archief Rijksbureau Kunsthistorische Documentatie – RKD). Jaap Wagemaker gebruikte bovendien de foto’s die hij had gemaakt op zijn vele reizen en ook bijzondere, basale, gevonden voorwerpen kregen een tweede leven en werden verwerkt in zijn schilderijen. De kunstenares Loes Ham maakt ook gebruik van gevonden objecten maar hier houdt de vergelijking op. Haar werkwijze is anders, toeval speelt een belangrijke rol in haar werk.

Samoa
Uit de nalatenschap van Jaap Wagemaker is er een Tapa uit Samoa (Polynesië) bewaard gebleven en te zien op deze expositie. Dit is een uit boombast geklopt doek, door Wagemaker op hardboard geplakt en omgewerkt tot kunstwerk. Hijzelf zei over zijn liefde voor de etnografica: ‘Ik heb hier op mijn atelier veel zogenaamde primitieve kunst, uit Afrika, uit Oceanië. Die dingen boeien mij enorm. De vormen zijn vaak erg sterk en die eenvoudige kleuren vind ik prachtig, zandkleuren, rood en zwart. Het is boeiend die dingen om je heen te hebben[…]’. (1). Op deze tentoonstelling is er een klein aantal werken van kunstenaars uit particulier bezit te zien van o.a. Wagemaker, samen met stukken uit zijn voormalige etnografica collectie. Ook is er werk van Bram Bogart. Van de informele kunstenaars is er verder werk van Armando, Jan Henderikse, Kees van Bohemen, Herman de Vries, Jan Schoonhoven, Arnaldo Pomodoro en abstracte werken op papier uit 1959 en 1961 van de Duitse informele kunstenaars Herbert Zangs, Heinz Trökes, Sonderborg en Karl Otto Götz.

Tapa uit Samoa (Polynesië), bewerkt door Jaap Wagemaker - afm. 65 x 94 cm

Tapa uit Samoa (Polynesië), bewerkt door Jaap Wagemaker – afm. 65 x 94 cm

Loes Ham
De hedendaagse exposant is de kunstenares Loes Ham. Ze is een materie kunstenares (2). die op geheel eigen wijze de materiekunst heeft omarmd. Zij heeft grote bewondering voor het werk van Jaap Wagemaker, Bram Bogart en Tapies. Toch is er geen sprake van beïnvloeding, ze verwerkt de materie die zij gebruikt op haar geheel eigen wijze waarbij aardse materialen ingebed zijn in o.a. polyesterhars. De andere materialen die ze verwerkt in haar schilderijen zijn divers van aard. Naast diverse soorten zand, gips, hout en kleurpigmenten gebruikt ze ook gelaagd karton waarvan ze de buitenhuid verwijdert en de ribstructuur gebruikt. Die wordt geïntegreerd in het beeldvlak waardoor de huid van het schilderij meer structuur krijgt.

Materiekunst van Loes Ham, 120 x 120 cm

Materiekunst van Loes Ham, 120 x 120 cm

Doel én middel
De stijlbenaming ‘materiekunst’ richt zich onmiddellijk op de hoofdzaak: de materie. Het schilderij, want verf wordt niet uitgebannen en het werk heeft alleen een vooraanzicht en blijft tweedimensionaal, wordt niet alleen meer opgebouwd uit de traditionele artistieke middelen als verf, krijt, potlood of inkt. De kunstenaar kan ook andere materialen gebruiken, zoals jute, hout, as, zand, cement, asfalt, geroest ijzer, staal, plastic, touw, teer, stenen, karton, veren, gebladerte, leer, beenderen, lijm, haar, lood en stro. De materie, het materiaal van deze schilderijen is zowel doel als middel, is tegelijkertijd vorm en inhoud van het kunstwerk. En in deze zin verwijst het kunstwerk in eerste en in laatste instantie naar niets anders dan naar zichzelf. De uitstraling, de zeggingskracht van bijvoorbeeld de met zand vermengde pasteuze verfmaterie, met objets trouvés, is het onderwerp van het kunstwerk. En hiermee maakt de materieschilderkunst in feite het ‘modernisme’ bijna letterlijk tastbaar: kunst die naar zichzelf verwijst en niet naar iets wat buiten het kunstwerk bestaat.

Dialoog
Veel materieschilders hebben het over een dialoog die zij voeren met het kunstwerk in wording of met de materie die zij hanteren, wanneer zij uitspraken doen over het creatieve proces dat zij doormaken tijdens het ‘schilderen’. Die dialoog wordt door de kunstenaar, door het subject, ingezet en het aanvankelijke object dat de materie was, wordt door de kunstenaar als het ware gesubjectiveerd. Hierdoor kan er een samenspraak ontstaan tussen de schilder en zijn materiaal, waar dit ook uit bestaat, dat hij gebruikt in het schilderij en zo ontstaat het kunstwerk (3). Het is de kunstenaar, die uiteindelijk bepaalt wanneer het kunstwerk voltooid is, hij is het die het goed- of afkeurt. Natuurlijk gaat dit proces ook op bij kunstenaars die niet expliciet materieschilder zijn. Maar het gebruik van andersoortige materialen dan de traditioneel schilderkunstige, kan een grotere spanning en strijd oproepen tijdens het creatieve proces. De gebruikte materialen hebben vanuit zichzelf al een impliciete waarde en uitstraling, waarmee de schilder rekening heeft te houden.

Galeriehouder Wouter Wefers Bettink

Galeriehouder Wouter Wefers Bettink

  • (1). Uitgesproken bij een televisieopname, ‘Jaap Wagemaker, schilder van een oerwereld’, uitgezonden door de K.R.O. op 19 maart 1965.
  • (2). Materiekunst is een ruim begrip. Ook de materieschilderkunst kan, net als de andere schilderkunstige stromingen, duidelijk gezet worden tegen de achtergrond van een tijdgeest die niet gevangen is door het moment, maar een tijdgeest die het begrip vrijheid ademt.
  • (3). Aarde in verf, Jaap Wagemaker, schilder van het elementaire, Kunsten cultuurhistorisch kader van de materieschilderkunst, p.58. uitg. Waanders, 1995.

Galerie Aelbrecht    galerie AELBRECHT

Aelbrechtskolk 2,
3024 RE ROTTERDAM
Geopend: vrijdag t/m zondag 12.00-18.00
andere dagen op afspraak. Beide pinksterdagen geopend.
tel: 0653-780082
e-mail: galerieaelbrecht@planet.nl
internet: www.galerieaelbrecht.nl / www.galerieaelbrecht.com
Er is in de directe omgeving voldoende parkeergelegenheid
Zondags vrij parkeren
Eigen aankoopregeling: Renteloos!