Afgelopen week was ik de hele week in ons gebied Kralingen-Crooswijk. En ik maakte toen gebruik van zo’n beetje alle vervoermiddelen. Lopend, fietsend, trammend, per metro en auto. En ik kan u vertellen, dat viel reuze mee. De fiets waaide niet weg, tram en metro reden keurig op tijd en ook lopend kwam ik waar ik moest wezen. Maar met de auto was toch wel een teleurstelling. Vele jaren geleden heb ik eens een brief geschreven aan de toenmalige burgemeester Van der Louw, om hem te vragen waarom hij auto’s zo pestte. Je kon toen overal staan, maar nergens rijden. Dat resulteerde in een ontvangstbewijs van de gemeente en verder niets. Maar ik moet erkennen dat de situatie nu volstrekt omgekeerd is: nu kun je zo’n beetje overal rijden, maar nergens staan. Dat wil zeggen, je kunt wel overal staan, maar dan begint de zoektocht. Waar is de parkeermeter? Voor mensen die, bijvoorbeeld, een ‘Parkline’ abonnement (06- parkeren) hebben is er niets aan de hand.

Maar voor gewone burgers zoals ik die dat niet hebben, dient er een kentekenparkeerkaartje te worden gekocht. Prima geregeld, maar moeilijker dan je denkt. De eerste keer ging het al mis. Ik stond bewust – daar had ik op gelet – naast een parkeermeter. Althans, dat dacht ik. Maar het was alleen maar een paal met daarop een pijl naar de parkeermeter toe. Hoewel het aardig regende, ik ernaar toe. Toen zag ik de parkeermeter en betaalde voor de tijd dat ik zou staan. Ook kreeg ik keurig een kwitantie. Maar wat bleek? Mijn parkeerzone klopte niet. Ik stond in 630 en ik had een kaartje van 631. Lekker! Ik had een omkeer-pijl op een bord verward met een om-de-hoek-pijl. Dus ik weer op stap en toen ging het goed. Thuisgekomen ben ik gaan nadenken en ik kwam tot het volgende advies dat ik de gemeente graag geef. Lieve gemeente: schaf die parkeerzones af! Indien je aan de meter betaalt voor een bepaalde tijd, mag je gewoon overal parkeren waar je maar wilt. U krijgt het geld en de meeste mensen zullen echt geen kilometers lopen voor het goedkoopste tarief. Makkelijker voor u en voor ons. Ja toch?

Eduard Schuringa