Vorige week maandag 5 juni had ik een van meest bijzondere ontmoetingen die ik ooit gehad heb. Het gebeurde in Kantine Walhalla op Zuid. Daar was het afscheid van de op 30 mei overleden Bob Visser, die ik in de persoonlijke sfeer goed gekend heb en over wie elders in deze Ster en/of op De Ster Online een bericht staat.

Er waren ruim honderd mensen gekomen; ik kende vrijwel niemand van hen persoonlijk. Mijn uniek bijzondere ontmoeting begon toen de plechtigheid voorbij was en wij ons opmaakten om op het terras in de zon nog wat met met elkaar na te praten. Een van de aanwezigen, een dame van middelbare leeftijd, sprak mij toen aan in de veronderstelling dat ik een broer van Bob was. Ik moest haar dus corrigeren, en dat leidde tot een kort gesprek over familieverwantschappen en DNA en dat soort actuele onderwerpen dat de hele rest van de middag door mij heen bleef zinderen.

Ik had alle tijd om dat rustig te doen aangezien ik sinds enkele weken een zo gruwelijke artrose aan mijn rechter knie heb, dat ik nauwelijks meer kan lopen en alleen steunend op een therapeutische stok wat kan strompelen en al helemaal niet lang kan staan. Ik zat dus maar wat voor me uit te kijken en opens zag ik het. ‘Renée (zo heet de hierboven genoemde dame) mag dan pseudo-gezien hebben dat ik zo sterk op Bob lijk dat ik vast een broer van hem zou kunnen zijn – helemáál ongelijk had ze niet. Sterker nog: op een bepaalde manier lijken wij op elkaar, zoals wij hier samen waren in het sociale veld dat Bob Visser tijdens zijn leven om zich heen gecreëerd had. Het was een voor mij unieke, speciale soort uitvaartplechtigheid, totaal ‘doordesemd’ met de stemming van de Rotterdamse audiovisuele culturele scene die Bob Visser om zich heen had verzameld. (Scene komt uit het Engels. Het wordt uitgesproken als ‘sien’, met een wat langere ‘ie’. Het betekent: ‘groepering die zich kenmerkt door geheel eigen gedrags- en omgangsvormen en waarin een bepaald cultuurverschijnsel centraal staat’. Het komt vaak voor in samenstellingen, zoals drugsscene, homoscene en muziekscene)

Een van mijn zonen heeft vorig jaar een stuk van de Camino de Santiago de Compostella in Noord-Spanje gelopen. Af en toe belde hij mij om verslag te doen. Ik zat dan op dit mooie bankje in het Rozenburgparkje achter ons huis met hem te keuvelen. Nu is het bankje leeg, en die leegte symboliseert voor mij de verdwijning van Bob Visser uit het aardse leven. Foto: Arend Verbrugh.

‘Doordesemd’ is evident beeldspraak. In ’technische’ termen hertaald had ik een ‘veridieke pseudohallucinatie’, volgens Wilhelm Tenhaeff, 1894-1981, van 1953 tot 1978 hoogleraar parapsychologie aan de (toen nog Rijks)Universiteit Utrecht. Paranormaal begaafden ‘zien’ zogenaamd van alles dat er ‘in werkelijkheid’ (≈ de tastbare, fysieke, materiële werkelijkheid) niet is (daarom ‘hallucinatie’) maar ze weten zelf dat het zo is, daarom ‘pseudo’.
En op 5 juni zat ik dus op het Walhalla-terras naar alle andere afscheidsgasten te roepen: ‘Zien jullie niet dat wij elkaar allemaal kennen?!’
De tijden veranderen, en wij en onze relaties met elkaar veranderen. ‘Zien jullie niet dat wij mede dank zij de touch of genius van Bob Visser allemaal een beetje paranormaal begaafd aan het worden zijn en zodoende elkaar hier allemaal staan en lopen en zitten te herkennen?’

Hugo Verbrugh


Bob Visser: De genius van Rotterdam

30 mei jl. overleed in Rotterdam Bob Visser (*1949). ‘Ik heb hem goed gekend’, wilde ik verdergaan, maar opeens was ik daar niet zo zeker van. Sterker nog: ik weet opeens heel zeker dat ik maar een klein deel van zijn identiteit heb leren kennen. Uit de vele publicaties die recent in cyberspace over hem verschenen zijn, heb ik enkele citaten bijeengesprokkeld en gebruikt voor een kleine collage stukjes tekst, met onderstrepingen van mij (HV):

30 mei overleed Bob Visser, de Rotterdamse film- en televisiemaker die van grote betekenis was voor de ontwikkeling van Rotterdam als creatieve stad. Jan Hiddink (Vers Beton) herdenkt een sleutelfiguur zonder wie de stad er anders uit had gezien.

Met de dood van televisiemaker Bob Visser (73) verloor Rotterdam deze week een van de eerste inwoners die het na-oorlogse Rotterdam als hip wist te verkopen aan de rest van Nederland. Eigenzinnig, onafhankelijk, een wereldverbeteraar: de Rotterdamse programmamaker Bob Visser (1949-2023) was het allemaal. Al jong kwam hij aan de bak bij de VPRO, de vooruitstrevende omroep. Vanaf 1970 als radiomaker, al snel met veel liefhebbers, daarna bij de televisie. Over wat Visser voor de VPRO maakte, werd in heel Nederland gepraat. Neem bijvoorbeeld Het Gat Van Nederland, een programma van een dik kwartier. Visser droeg er aan bij in 1977, het moest zijn debuut op de Nederlandse televisie worden. Bob Visser kwam samen met de andere makers op de proppen met een geniaal idee: in het programma liet hij geestverwant en generatiegenoot Jules Deelder door de binnenstad van Rotterdam struinen. Die was in die jaren ‘s avonds laat nogal donker en leeg. Deelder sprak, Visser registreerde. De stad leek bleek. On-Nederlands. En dus fascinerend. Opeens leek Rotterdam een plek die je met eigen ogen wilde zien. Het maakte diepe indruk, ook op de rest van Nederland. In de week van zijn dood, …  halen veel betrokkenen herinneringen aan hem op. Visser had veel vrienden. Hij was joviaal en populair. Een natuurlijk leider, zeggen vrienden. Met goede, soms geniale ideeën. Ging je boodschappen met hem doen, dan liep hij met de kar voorop. Raakte je met hem in discussie, dan trok hij gerust uren uit om zijn standpunt met je te delen. (Ik kan niet meer terugvinden waar ik dit gevonden heb)

”Bob begon in Hilversum, maar hij bleef altijd die Rotterdamse jongen in Hilversum”, vertelt Jacques van Heijningen, vriend en collega, zelf jarenlang baas van het Rotterdams Filmfonds. ”Dat viel op. Met Bob bleek een Rotterdamse aanpakker aan het werk, die een tegendraads Rotterdams geluid liet horen aan de rest van Nederland. Hij was eigenlijk de eerste die bij VPRO de ruimte kreeg om dat Rotterdamse geluid te laten horen.” Die Rotterdamse blik sloeg aan. ”Rotterdam is nu populair, maar dat is natuurlijk ergens begonnen. Destijds was Rotterdam vooral ’the place not to be.’ Ik hoor het de mensen nog zeggen: het waait toch altijd daar? Maar Bob liet aan het hele land zien dat hier heel veel leuke dingen gebeuren.” Visser toonde op de nationale televisie oer-Rotterdamse én behoorlijk eigenwijze schrijvers als Vaandrager en bracht de muziekcultuur in de stad in beeld. Punk deed het goed, in deze havenstad. Het rauwe paste hier goed. Visser liet het haarscherp zien. Van Heijningen: ”Hij is een van dé grondleggers van de Rotterdamse cultuur in de media.” Maar Visser deed meer dan programma’s voor de VPRO maken. Veel meer. Hij was de eigenaar van de eerste Rotterdamse ruimte waarin makers digitaal konden monteren. Hij maakte een reeks kinderprogramma’s, De Verhalen van de Boze Heks bijvoorbeeld [hier zou de naam zijn levensgezellin Didi Hovingh bij moeten staan]. Een documentaire over Cor Vaandrager. Hij introduceerde zelf een Frans-Nederlandse kok, Alain Caron, op de Nederlandse tv, in het programma Koken Op Zee. Als televisiemaker maakte hij later in zijn loopbaan, inmiddels was hij de baas van een eigen bureau, ook programma’s voor Rijnmond. Niet zomaar programma’s, zagen zijn collega’s al snel. Het bleken kunstwerkjes, die hij vaak tot diep in de nacht aan het monteren was. Soms kwamen werknemers van de omroep hem ‘s ochtends tegen. Dan had hij weer een nacht doorgehaald. ”Hij was een héle bijzondere man,” vertelt Cees van der Wel, hoofdredacteur van TV Rijnmond in de tijd dat Visser er televisieprogramma’s maakte. ”Mijn kreet was in die tijd: wij maken gewone-mensentelevisie. Maar Bob bleef uren in mijn kamer zitten om te praten over hoe hij vond dat het moest. Want Bob wilde kunst maken en dat deed hij dan ook.” Vertederd: ”Ik had een groot zwak voor Bob. Hij was van de kunstplaneet.” ”Bob was zo’n ongelooflijk innemend iemand”, voegt Emile Fallaux, directeur van het Rotterdams filmfestival tussen 1991 en 1996, daaraan toe. Visser werkte ook voor het festival. ”Ik heb zelden zo’n positief iemand meegemaakt. Op het filmfestival wist hij, zonder geld en met veel kunst- en vliegwerk, filmpjes te laten maken door de filmmakers die op het filmfestival te gast waren. Dat vond ik zo bijzonder. Want dat was zo’n grote uitdaging. Geen probleem jongen, zei hij in die tijd altijd. En het lukte nog ook.” Even moet hij bezinnen. Fallaux is op vakantie, hij had geen idee. ”Bob dacht altijd in mogelijkheden, nooit in problemen. Met zoveel optimisme. Hij was ook echt trots op Rotterdam, zoals veel Rotterdammers zijn. Hij heeft de boel in die stad echt aangepakt. Dat is een cliché, maar hij deed het op die manier: niet lullen, maar poetsen.”

De brug is een beeld voor de gang die de overledene maakt naar het hiernamaals. In het Latijn heet een brug ‘pons’. Het woord ‘Pontifex’, letterlijk ‘bruggemaker’ betekent priester. Net als met de column in De Ster van 16 juni en op De Ster Online, zijn we hier in het Rozenburgparkje achter ons huis. Of ik daarmee bedoel dat Bob Visser nu op weg is naar dit hiernamaals, make de lezer zelf uit. Foto: Arend Verrbrugh.

Over de film ‘Veld van Eer’ Nederland 1983. Thriller van Bob Visser. Met o.a. Loes Luca, Ralph Wingens, Guido Louwaert, Frans Vogel en Lou Spanjersberg. Louis, van wie we nog niet veel meer weten dan dat hij bezeten is van wapens en alles wat daarmee te maken heeft, brengt op een dag een bezoek aan zijn oude schoolvriendin Ada. Ze huwt overhaast met deze plotseling opgedoken jeugdvriend, die niets liever doet dan de slagvelden van Verdun bezoeken. Die echtgenoot blijkt gevaarlijk. Zij laat zich snel door Louis inpalmen en niet lang daarna trouwen ze.  Na de bruiloft gaan ze samen op huwelijksreis naar het Noord-Franse Verdun, waar tijdens de Eerste Wereldoorlog meer dan een half miljoen soldaten zijn gesneuveld. Als een bezetene rent Louis van het ene monument en kerkhof naar het andere, watertandend bij het idee hoe hard hier is gevochten. Ada begint zich steeds minder op haar gemak te voelen bij haar nieuwe echtgenoot. Op een dag laat hij zich expres met Ada opsluiten in Fort Douamont, waar zich tijdens de oorlog de vreselijkste tonelen hebben afgespeeld. En dan ontpopt hij zich tot een waarlijk knettergekke maniak.

P.S.  Het Latijnse begrip genius loci betekent letterlijk ´de geest van een plaats´. Met geest werd in de Romeinse mythologie oorspronkelijk een beschermgeest (genius) beduid, die veeltijds in de vorm van een slang werd voorgesteld. Het begrip genius loci behelsde in de Romeinse oudheid naast religieuze plekken zoals tempels en heiligdommen ook wereldlijke locaties zoals steden.

Hugo Verbrugh


Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)

Dit veld is vereist.
Lees hier de privacyverklaring Hiermee geeft u toestemming om wekelijks een nieuwsbrief te ontvangen.