Het woord ‘cognomassa’ bestaat niet. Ik heb het zelf verzonnen om samen te vatten waar dit stukje over gaat. Cognomassa verzon ik naar analogie van het biologische begrip ‘biomassa’. Dat begrip slaat op [ik citeer Wikipedia] ‘de totale massa (het drooggewicht) van organismen in ecosystemen. Hieronder valt zowel plantaardig als dierlijk materiaal.’
Biomassa is een nieuw begrip. Om te begrijpen wat daarmee bedoeld wordt, moet ik er iets meer over zeggen. ‘Biomassa’ is een typisch eigentijds ‘holistisch’ begrip. Het karakteriseert iets dat je alleen begrijpt wanneer je het als een geheel (‘holos’) beschouwt. ‘Ecosysteem’ is ook zo’n eigentijds holistisch begrip. Het is in de tweede helft van de vorige eeuw gevormd om iets nieuws samen te vatten wat toen ontdekt was: in de levende natuur heerst een evenwicht waarin alles wat er in voorkomt in wisselwerking met al het andere en alles tezamen een eenheid vormt. Grote en kleine dieren, micro-organismen, de organische en de levenloze substanties, de aarde, het water, de lucht, de temperatuur, alle veranderingen die zich in grote en kleine ritmen voordoen in al die ‘deelsystemen’ en onderdelen: je begrijp er alleen iets van, voor zover je het in één allesomvattend perspectief ziet. En je gaat het pas echt een beetje begrijpen, voor zover je in wisselwerking kijkt en nadenkt over wat je ziet, weer beter begrijpt wat je ziet enzovoort, en zodoende met lichaam, ziel en geest mééleeft in en met het ecosysteem.
Met dat ‘mééleven’ komt mijn nieuwe begrip ‘cognomassa’ in het verhaal. Dat is afgeleid van ‘cognitie’. Dat woord is in 1973 gemaakt in het werk aan de artificial intelligence. Voor de constructie van robots die intelligent werk zouden kunnen doen, was één begrip nodig dat alle aspecten van het menselijk kenvermogen in al hun onderlinge samenhang omvat: denken, bewustzijn, waarnemen, ervaren enzovoort. Dat werd ‘cognition‘.
En op het begrip ‘cognomassa’ werd ik nu vorige week gebracht door een ruim 1500 woorden tellend artikel in NRC Handelsblad van 20 mei. Het gaat over een nieuw boek van Niki Korteweg (1971, medisch bioloog, wetenschapsjournalist): ‘Een beter brein – Kan hersenwetenschap ons slimmer maken?’
In het artikel vertelt de auteur in detail hoe zij, toen zij door te hard en verkeerd werken en weinig slapen etc. ziek werd, zelf ‘haar hersens weer gezond kon kneden’. Ze had altijd een goed werkend brein, en als specialist in de moleculaire neurobiologie onderzocht ze het brein. En dan zegt ze in het artikel: ‘Hoe ironisch dat uitgerekend haar eigen „krap anderhalve kilo denkmassa” het begaf. Ze kreeg hartkloppingen, stemmingswisselingen, black-outs en een haperend geheugen. Surmenage, schreef haar huisarts op de verwijsbrief. Overbelast, ofwel burn-out. … (En) toen leerde ze zich zelf te genezen. Ze leerde zichzelf hoe je je brein tot op zekere hoogte zelf kunt gezond KNEDEN en op peil houden … ‘.
… Ho! Stop! Hier moet ik (HV) Niki Korteweg corrigeren. Dat woord ‘kneden’, door mij geaccentueerd in het citaat, kun je net zo min ‘kneden’ als je, pak weg, de inhoud van je darm kunt kneden. Het misverstand dat dat wel zou kunnen, komt doordat direct onderzoek met het blote oog en hand aan de hersenen altijd gebeurt nadat die hersenen uit het dode lichaam verwijderd en met formaline gefixeerd zijn. In het levende lijf is het brein uiterlijk bezien een onhanteerbaar flodderige substantie. Pas bij micro- en submicroscopisch onderzoek blijkt die zó subtiel gestructureerd, dat die structuur door haar eigen gewicht verpletterd zou worden als die slijmige substantie niet binnen het solide schedeldak ronddreef in een paar honderd milliliter zgn. hersenvocht dat aan één stuk door ritmisch ververst wordt.
De vergissing van de overigens eminent veelzijdig deskundige dr. Korteweg is zó subliem leerzaam, dat ik er veel meer over wil zeggen. In de rubriek ‘Reacties’ van de site van De Ster ga ik er op door. Intussen kunt u het NRC Handelsblad-artikel en nog veel meer lezen op http://www.nikikorteweg.nl/
Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)
[wysija_form id=”1″]
Niki Korteweg is goed bezig in het fascinerende veld van de eigentijdse cognitieve psychologie en neuroscience.
En ze heeft FIGUURLIJK een interessant lijntje te pakken wanneer ze haar in het ongerede geraakte brein wil masseren om het weer beter te laten werken.
Zoals elke moeder weet ook zij, dat als een kind gevallen is en huilend bij z’n moeder komt, die moeder het kind effectief kan helpen door de pijnlijke plek zachtjes te masseren en daar enkele bezwerende woordjes bij te spreken. Dat is een reëel, zgn. psychosomatisch effect.
En een ook maar énigszins alert en goed in zijn of haar vel zittend mens, kan het zelfde bij zich zelf doen. Daarbij kan het zeker helpen wanneer je quasi-meditatief ‘bezwerende’ gedachten met je fysieke handbewegingen méé-stuurt naar het pijnlijke deel van je lichaam. ‘Kneden’ zoals je deeg doet, en je lekker concreet beeldend voorstellen hoe je daar aan je eigen lijf trekt en duwt en kneedt, zal best best wel bevorderlijk werken.
Maar in het brein werkt dat niet. Althans – een voorbehoud dat ik uit bescheidenheid moet maken – het werkt niet zó, dat de verbeelding die je aan het werk zet, een reële basis heeft. Daarom noemt ik haar ‘lijntje’ FIGUURLIJK. Het is abstracte beeldspraak.
Plat gezegd: je brein herkent het beeld dat je er van maakt niet, want dat brein is wat zijn stuctuur en consistentie betreft een Biesbosch-achtig landschap waarin ultra-minuscule zenuwdraadjes in een oneindige wisseling van ritmische bewegingen heen-en-weer- flitsend ontstaan, vergaan, opnieuw ontstaan en zo voort.
En de patronen in die ritmische bewegingen herkent, duidt, interpreteert de mens als, maar ZIJN in werkelijkheid wat wij met een eigentijds nieuw woord ‘cognitie’ noemen.