Weinig kon de 26-jarige Crooswijker zich onlangs bij de rechter nog herinneren van de scheldpartij tegen de politieagenten die hem in februari 2011 thuis voor de deur om zijn legitimatie vroegen.

En ook van het aan de haren trekken van één van de dienders en van de trappen die hij uitdeelde, wist hij niks bij de politierechter. “Het is niet gebeurd, mevrouw,” houdt hij vol. “Maar vorig jaar,” reageert de rechter, “schreef u een brief, waarin u meldt dat het wel is gebeurd. En dat u zich tegen uw aanhouding verzette, omdat de politie u onterecht om uw ID vroeg. Nu zegt u iets heel anders. Wat is het nou?” Verdachte: “Dat zou ook kunnen. Ik weet het allemaal niet meer hoor.” Volgens de politie reageerde de Crooswijker meteen agressief, toen hij werd aangesproken na een melding, dat ‘een persoon’ zich verdacht bij een pinautomaat ophield. “Die automaat is voor mijn deur. Aangehouden worden in mijn eigen straat. Dat vind ik onterecht,” zegt de amokmaker.

Hij zou voorafgaand aan de geweldpleging een agent ‘kleinerend en beledigend’ met verschillende K-woorden hebben bestookt. De eerder voor openlijk geweld veroordeelde Crooswijker kreeg daarvoor al een boete opgelegd van 600 euro, die hij niet heeft betaald. Zoals geëist legt de rechter hem nu een geldstraf van 500 euro op. Zijn raadsman vroeg de rechter de Crooswijker helemaal geen straf op te leggen, omdat hij sindsdien niet meer met de politie in aanraking kwam en kennelijk zijn gedrag heeft gebeterd.

(van onze rechtbankcorrespondent)