Het is vakantie; ik maak het mezelf makkelijk. Een mooi toeval maakt dat dezer dagen een hot topic in de actualiteit is gekomen dat ik een jaar of veertig geleden voorspelde. De bulk van mijn stukje van deze week kopieer ik dus gewoon uit mijn archief.
De actuele aanleiding voor mijn stukje is een artikel in de NRC van 18 juli van gynaecologe Sabra Dahhan onder de titel: ‘Patiëntendata hebben strenger toezicht nodig’. Het USP (Unique Selling Point) van het artikel is: ‘Softwaremaker Epic kan nu vrijelijk bij patiëntengegevens’. De aanhef vat samen waar het om gaat: ‘Binnen de gezondheidszorg wordt steeds meer gebruik gemaakt van big data. Een van de big data-verzamelaars is het Amerikaanse bedrijf Epic. … In de VS is het bedrijf een reus, met tweehonderd miljoen Amerikanen in de database. In Nederland gebruiken elf grote Nederlandse ziekenhuizen, waarvan vijf academische, de software van Epic voor het beheer van patiëntendossiers.’ Een volgend citaat licht de strekking toe: ‘Stel: je krijgt als dokter een jonge rokende vrouw op consult met af en toe buikpijn en een eierstokcyste. Ze wil graag kinderen in de toekomst, maar heeft ook angst voor kanker, want haar moeder is vroeg aan borstkanker overleden. In de toekomst zou een arts dan met een druk op de knop Cosmos het rekenwerk kunnen laten doen. Het systeem rent dan door een data pool van tweehonderd miljoen patiënten en vist alle gelijksoortige patiënten (met hun uitkomsten) eruit om te vertellen of deze vrouw wel of niet geopereerd moet worden.’

Levensverrichtingen uitdrukken in getallen is niet iets van vandaag of gisteren. Santorio Sanctorius (1561 – 1636) was de eerste fysioloog die kwantitatief werkte. Wegen, meten, tellen – alleen dáár word je wijzer van. Dertig jaar lang woog hij zijn lichaam en alles wat hij at en dronk en uitscheidde in deze draagstoel. De voedingswetenschap, als onderdeel van de fysiologie, werkt langs dezelfde lijn. Het consultatiebureau voor de laatste levensfase zal ook in deze geest gaan werken, voorspel ik.
Afbeelding: Wikipedia
Veertig jaar geleden gaf ik in de voorloper van Erasmus MC onderwijs in de algemene pathologie. Ik citeer uit de syllabus die ik toen gebruikte: ‘Steeds meer relevante medische kennis wordt digitaal geformuleerd en verwerkt. Binnen afzienbare tijd heeft elke burger een ‘smart-card’ waar zijn hele medische geschiedenis op staat. Je voelt je niet lekker, gaat naar de dokter, stopt je ‘smart-card’ in een automaat, typt je klachten in en je krijgt binnen enkele seconden vanuit het lokale filiaal van de Wereldgezondheidsorganisatie je diagnose tot in decimalen achter de komma, inclusief optimaal wetenschappelijk onderbouwd therapie-advies. De politiek helpt daar een handje bij. Denk maar aan ons SoFi-nummer; aan de legitimatieplicht op Europees, straks mondiaal niveau; aan de automatische verwerking van de informatie die onze vingerafdrukken onthullen over onze identiteit; aan het genetisch paspoort dat je straks moet hebben om zelfs maar een ziektekostenverzekering te krijgen – dàt bedoelen we als we zeggen dat het menselijk lichaam van de 21e eeuw een wiskundige formule zal zijn: letterlijk tot in decimalen achter de komma te manipuleren, optimaal hygiënisch, en met wiskundige (!) precisie betrouwbaar.’
Tot zover auto-citaat. De marktwerking in de geneeskunde was toen nog niet een prominent probleem, dus dàt aspect van de analyse van dr. Dahhan is wel een nieuw fenomeen. Maar dat doet niets af aan de strekking van wat ik met dit stukje wil zeggen: ik was en ben nog steeds ‘mijn tijd een beetje vooruit’.
Terugkomend op eerdere stukjes in De Ster over ‘Voltooid Leven‘ voorspel ik nu dat er binnenkort een consultatiebureau zal komen voor de mens in de laatste fase van het leven. Een personeelsbestand van speciaal hiertoe opgeleide zorgprofessionals zal de nieuwe laatste-levensfase-mens terzijde gaan staan. Elke burger zal voortaan op de dag waarop die de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, een uitnodiging krijgen voor een gesprek met een medewerker van dit bureau. Dit gesprek zal een hartig en gedegen consult inhouden over de invulling van deze laatste levensfase – inclusief de mogelijkheden tot actieve zelfbeëindiging ervan. Aan het einde van het gesprek zal de ‘laatste-levensfase-mens’ het aanbod krijgen om een persoonlijke coach te krijgen die hem of haar tijdens deze laatste fase zal begeleiden en ondersteunen.
Ik kom er op terug.
Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)
Ja, het is tamelijk griezelig allemaal, ik vrees ervoor. Maar veel mensen zouden het een goed plan vinden. Dat is nog griezeliger.