Het wegnemen van hoofdpijn met aspirine, of het opheffen van een darmverstopping met wonderolie is niet vanzelfsprekend. De vele dergelijke mogelijkheden zijn even zo­vele uitingen van iets heel bijzonders. Dat las ik bijna een halve eeuw geleden tijdens mijn studie geneeskunde in het leerboek ‘Algemene Farmacologie van S.E. De Jongh. ‘Wij moeten de Werking zien, eventueel weer leren zien, als een wonder. Wat er bij een farmacologische werking precies gebeurt weten wij stipt genomen niet.’

Afgelopen vrijdag 12 mei kwam deze zeldzame onthulling (wie durft zóiets nou te schrijven in een wetenschappelijk leerboek?!) bijna letterlijk bij me terug. In de rubriek Alledaagse wetenschap van de NRC stond een doorwrocht artikel over ‘het mirakel van de filterkoffie’.

Onder de titel ‘Het verwarrende van koffie: fijne maling levert een slappe bak op: “Het mirakel van de filterkoffie”’ schrijft wetenschapsjournalist Laura Wismans: ‘Het was al bekend dat espresso slapper is als de koffiebonen fijner gemalen zijn. Maar hoe dit komt? Daar zijn Britse onderzoekers nu achter. Bij het zetten van espresso baant heet water zich onder hoge druk een weg door gemalen koffiebonen. Daarbij lost een deel van de koffiemaling op in het water. Opvallend is dat een fijne bonenmaling slappere espresso oplevert dan een gemiddelde bonenmaling. Vloeistoffysici van de Universiteit van Huddersfield, in het Verenigd Koninkrijk, ontdekten dat niet overal in de koffiemaling even veel koffie oplost. Dit effect treedt op bij alle maalgroottes, het smaakverschil komt doordat het oplosbare deel van een korrel bij kleine korrels eerder op is, schrijven ze in het tijdschrift Physics of Fluids.’ … En ze concludeert: ‘Het blijft een verwarrend fenomeen, vinden de onderzoekers. Ze willen hun model verder verfijnen om meer inzicht te krijgen in het mechanisme. Uiteindelijk leidt dat misschien tot inzichten hoe de koffie gelijkmatiger kan oplossen, en daarmee efficiënter gebruik van koffie.’

Tot zo ver Laura Wismans: nrc.nl/nieuws/2023/05/11/het-verwarrende-van-koffie-fijne-maling-levert-een-slappe-bak

‘… verwarrend …’ is een understatement, vul ik aan. Inhoud en strekking van mijn aanvulling haal ik uit een van de interessantste boeken die ik ooit in handen heb gekregen: ‘Grundlagen einer Phänomenologischen Chemie‘ = ‘Grondslagen van een fenomenologische chemie’ van Frits Hendrik Julius (1902-1970, leraar aan de Vrije School in Den Haag, door mensen die hem gekend hebben onderkend als een miskend genie); bol.com levert het boek voor 19 euro 10.

De oorspronkelijke Nederlandse tekst van Julius heb ik niet kunnen vinden; mijn vriend Cor Bakhuizen, leraar chemie en biologie aan de Vrije School in Rotterdam en elders, heeft, nadat hij gepensioneerd was, de tekst van Julius in een eigen hertaling herschreven.

Leidmotief in het boek is de revolutionaire, voor ons gewone denken eigenlijk onvoorstelbare stelling dat een vaste stof, als we die in een oplosmiddel oplossen, daadwerkelijk even ophoudt te bestaan en na korte of langere tijd in een andere vorm ’terug’komt.

Zodoende illustreert dit chemische proces een universele wetmatigheid. Onderstaand citaat moge kort samenvatten wat Julius hiermee wil zeggen: ‘Een gezond onderwijs moet niet alleen rekening houden met het opnemen van inhouden voor het bewustzijn, maar ook met het wegzakken van inhouden in het onderbewuste. Het hele menselijke leven is er toch op gebaseerd dat het bewustzijn steeds weer oplicht en dan weer verduisterd wordt. Bij de meeste mensen gebeurt dat met grote regelmaat door de afwisseling van waken en slapen. Door de slaap zakken de inhouden van het bewustzijn iedere dag naar onpeilbare diepte, om de volgende dag weer op te duiken. Een echt goed onderwijs houdt met deze gang in de diepte rekening, want er wordt niet alleen overdag tijdens het lesgeven, maar ook gedurende de slaap aan de ziele-inhouden gewerkt. Het wegzinken van de lesstof in de nacht moet voorbereid worden, het weer opduiken moet geleid worden. Juist tijdens de fase van oplossen van het bewustzijn wordt iedere inhoud onwillekeurig in verband gebracht met de meer verborgen gebieden van het wezen van de mens en zo te zeggen getoetst aan de  wijsheid die daar werkzaam is.’

Mijn stukje telt 666 woorden. Wie het vatten kan, die vatte het. (De voorgaande slotzin brengt het bijbelwoord in Matth. 19:12) in me boven. In dit ‘vatten’ ligt een mooi ’terzijde’. In het Grieks staat ὁ δυνάμενος χωρεῖν χωρείτω: hô dynamenos chorein choreito. Het woord chorein betekent iets als omvatten; het verwijst naar (de) ruimte, met alle aspecten die tweeduizend jaar geleden eigen waren aan ‘ruimte’. Alleen wie het virtueel quasi-fysiek in zich heeft, kan het ook ruimtelijk binnen de ‘omvatting van zijn lichamelijkheid’, in zijn persoonlijke binnenwereld gewaar worden, en het zodoende echt ‘vatten’. De Engelse vertaling zegt het zo: He that is able to receive it, let him receive it. Wie nu de moed heeft gevat (!) om dit stukje nog eens te  te lezen, leze het opnieuw en vatte het! Overeenkomsten en verschillen tussen de begrippen ‘wonder’ en ‘mirakel’ laat ik buiten beschouwing)

Julius illustreert zijn betoog aan de zgn. Elementencirkel. (1) Onder de – –– – onderbroken lijn boven-rechts komen vijf stoffen voor die in de natuur als chemische elementen optreden: Oxygenium zuurstof, Nitrogenium stikstof, Hydrogenium waterstof, Sulfur = zwavel en Carbo = koolstof. (2) Boven de punt .-. -streep getrokken lijn, van boven rechts tot onder, komen er twee, eveneens niet-metalen, bij: Phosphor = fosfor en Silicium = kiezelzuur (3) Doorlopende –– lijn van rechts onder naar links iets boven midden: zeven niet-metalen: de al genoemde P en Si en Calcium, Natrium, Kalium en Magnesium; Aluminium (aluin) en Ferrum (ijzer) zijn een speciaal verhaal. H.V.

Hugo Verbrugh


Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)

Dit veld is vereist.
Lees hier de privacyverklaring Hiermee geeft u toestemming om wekelijks een nieuwsbrief te ontvangen.