Aanstaande zondag sluit de tentoonstelling Rudolf Steiner – Alchemie van het alledaagse in de Kunsthal. Ik kijk er nog eens op terug. Als curiosum noteer ik dat in de VPRO-gids van vorige week een paginagrote reclame stond met de tekst ‘Groots overzicht van de grondlegger van de antroposofie’. Dat laatste woord ben ik in de publiciteit over de tentoonstelling niet eerder tegengekomen.

Mijn terugblik wordt een ietwat kribbig verhaal. Ik teken vooral bezwaar aan tegen de woorden ‘alchemie’ en ‘alledaagse’. Beide woorden hebben een negatieve betekenis. Ze zijn ijdel gebruikt in de naam van de tentoonstelling.

‘Alledaags’ betekent in gewoon Nederlands ‘doodgewoon, doorsnee, banaal, ordinair, triviaal’, leer ik van woorden-boek.nl/woord/alledaags. De naamgever van de Kunsthaltentoonstelling bedoelde met ‘alledaags’ vrijwel zeker iets anders. ‘Hoe je, als je goed oplet, elke dag opnieuw associaties kunt tegenkomen aan wat Steiner geleerd heeft’ – zoiets, vermoed ik; dat is iets heel anders.

Een cynisch, om niet te zeggen alledaags (!) toeval kan nader illustreren waarom ik bezwaar aanteken tegen het woord ‘alledaags’ in verband met Steiner. Op de dag dat deze eerste Ster van het nieuwe jaar verschijnt, is het Driekoningen. De periode van de twaalf heilige nachten is voorbij. Die begon in de kerstnacht met het bezoek van de drie herders. Die wisten uit oude, droomachtige vertrouwdheid met de aarde en met het nachtelijk bewustzijn met bijbehorende helderziendheid, wat er gebeurd was. De drie koningen sluiten die periode vandaag af. Zij hadden in de sterren gezien wat er gebeurd was en begrepen vanuit hun nieuw, helder waakbewustzijn zoals we dat overdag hebben, wat die geboorte voor de toekomst betekende. Deze polariteit tussen herders en koningen is een centraal motief in de antroposofie. Zou het dezer dagen aandacht krijgen in de Kunsthal? Zo ja, dan zal ik volgende week een amende honorable maken. Overigens: hoeveel mensen in Nederland kennen het verhaal van de herders en de koningen nog?Rosarium philosophorum

‘Alchemie’ heeft in het gangbare spraakgebruik een geur van charlatanerie om zich heen hangen – goudmakerij uit lood en zo. Maar dat is alleen oude rest uit de tijd dat ze decadent geworden was. In werkelijkheid is ze de oorsprong van de wetenschappelijke chemie. Wetenschapshistorici zoals Lawrence Principe (‘The Secrets of Alchemy’, University of Chicago Press, 2013) hebben aangetoond dat alchemie helemaal geen obscurantistische hinderpaal was voor de vooruitgang van de wetenschap. Integendeel, de eerste alchemisten waren in sommige opzichten voorlopers van de wetenschappelijke revolutie. In de antroposofie is dat goed bekend. In 1965 publiceerde Frits Julius (1902-1970), antroposoof, bioloog en van 1927 tot 1968 leraar biologie, chemie en boetseren aan de Vrije School in Den Haag, het boek ‘Grundlagen einer Phänomenologischen Chemie’. Daar staat het allemaal in. Een Nederlandse ver – taling circuleert informeel.

Ook bekend in de antroposofie is hoe de oer-alchemie in feite al ter sprake komt in de aanhef van het eerste bijbelboek (Genesis 1:1): “In het begin scheidden de goden – meestal onjuist vertaald als ‘In het begin schiep God’ – hemel en aarde”. Ooit, lang voordat de moderne tijd begon, waren religie, kosmologie en alchemie één. Scheikunde is heel terecht de naam voor de wetenschap van scheiden en weer verbinden van aardse substanties. Dat was ooit de ware zin van de alchemie. Ook van dit centrale motief van de antroposofie heb ik niets gevonden in de Kunsthal. Ik overweeg een klacht bij de Reclame Code Commissie in verband met de tekst van de advertentie die ik hierboven citeerde. ‘Groots overzicht van … de antroposofie’ is volgens mij misleidend.

Hugo Verbrugh

Het plaatje heb ik overgenomen uit het genoemde boek van Principe. Het komt oorspronkelijk uit het Rosarium philosophorum (1550) en toont de opstanding van Christus als allegorie voor het alchemistisch proces. In het genoemde boek van Julius komen verschillende verwijzingen voor naar deze allegorie.