Lezers van De Ster / De Ster Online die een beetje gevolgd hebben hoe ik nu al meer dan twintig jaar in deze rubriek acte de présence in De Ster / op De Ster Online geef, zullen zich herinneren wat ik 13 februari jl. hier schreef: ‘Oud-premier Dries van Agt is maandag op 93-jarige leeftijd overleden. … Hij overleed tegelijkertijd met zijn vrouw Eugenie van Agt-Krekelberg (93). … Directeur Gerard Jonkman van The Rights Forum meldt dat het echtpaar “op een gepland moment” is overleden. Allebei waren zij in slechte gezondheid. Dat is volgens mij de eerste keer dat deze “duo-vorm” van Voltooid leven zich voordoet [cursiveringen in het origineel]. Bert Keizer … mailde me: “Ik was (met velen) wel verrast door de duo-euthanasie die het echtpaar van Agt voor zichzelf regelde. Heel bijzonder. En ook heel triest dat ze allebei nog zo weinig hadden dat de dood hen beter leek.”’

Het was zeker ‘heel bijzonder’, maar vooral op een heel andere manier ‘heel bijzonder’ dan Bert Keizer (naar ik aanneem) bedoelt. Ik althans lees in dat oordeel van Bert Keizer dat hij nog steeds lijkt te denken in termen van ‘Voltooid leven’ in de geest van Pia Dijkstra van D66 anno 2016: ‘Ouderen die door hun hoge leeftijd vinden dat alles van waarde achter hen ligt en de toekomst hen niets meer brengt, kunnen dit ervaren als een verlies aan identiteit en persoonlijkheid. Ongeacht hoe hun omgeving hierover denkt. Als iemand dan voor zichzelf concludeert: “mijn leven is voltooid, ik wil het zelf op een waardige manier beëindigen”, dan zou die wens gerespecteerd moeten worden en er geen belemmeringen moeten worden opgeworpen. Zij moeten daarom in aanmerking kunnen komen voor hulp bij zelfdoding door een speciaal daarvoor opgeleide hulpverlener’ [accentuering van mij].

Ja, kom nou! Dat is toch allemaal totaal achterhaald?! Dries en Eugenie hebben gewoon gedaan wat anno 2024 iedereen in Nederland kan doen. Of vergis ik me?

Vorige week schreef een Bekende Nederlander in een gerenommeerd Nederlands blad (ik laat met opzet in het midden of ik een dag- of een weekblad bedoel) een column waaruit ik enkele passages citeer (met accentueringen van mij):

‘Een sterven maakt altijd minder lawaai dan je zou willen.

In 2009 stierf plotseling een lieve vriendin, ze was pas veertig. En elk jaar op haar verjaardag proberen we bij elkaar te komen in het café bij haar om de hoek, in de buurt van het Sarphatipark in Amsterdam. We zijn nu vijftien jaar verder en er is wel het een en ander gebeurd in die jaren. De buurt zelf is op deze zachte lenteavond één groot kwetterend buitenterras geworden waar honderden mensen tussen de twintig en dertig genieten van het weer, de drank en elkaar. De atmosfeer is prettig geladen met jeugd. Nou ja, prettig, als zeventigplusser … loop je rond op een markt waar jij niks te bieden hebt … , vergeet het maar. … Een jaar of wat na haar dood kwam ik haar man tegen in Artis, met zijn nieuwe vrouw, en hun pasgeboren dochtertje. Ik kon het eigenlijk niet uitstaan dat het hem zo goed ging terwijl zij dood was. En dan nog wel met een kind, want zij had geen kinderen. Ik vond dat hij na haar dood, door smart verteerd, weg had moeten kruipen in een onvindbare diepte om zich daar desnoods voor eeuwig te blijven pijnigen met het feit dat ze er niet meer was…. Mijn irritatie over het gemak waarmee mensen doorleven na een overlijden is niet uniek. … Je kunt niet verwachten dat de hele mensenwereld tot stilstand komt door één overlijden. … Een sterven maakt altijd minder lawaai dan je zou willen…. Ik vind het niks. Het is ook niks….’.

(illustratie:) Fotograaf: Alf van Beem – Wikimedia Commons.

Tot zover deze columnist vorige week. Ik onthul hier niet welke BN’er dit geschreven heeft. Ik laat u, lezer van De Ster, raden.

De titel van dit stukje verwijst naar het gegeven dat steeds meer mensen alleen nog denken, praten, schrijven, publiceren vanuit hun eigen bubbel: 1. ( natuurkunde) luchtbel of gasbel, vaak opstijgend in een vloeistof. 2. (figuurlijk) omgeving waar maar één soort mensen, één soort mening voorkomt zonder beïnvloeding van buitenaf – In de witte bubbel komt raciaal ongemak niet voor en is men niet gewend erover te praten. Om de goede vrede te bewaren, nemen witte mensen het vaak voor elkaar op bij een beschuldiging van racisme, … . Voor zwarte mensen is het dus nog moeilijker om erover te beginnen, zeker in levenden lijve, vandaar dat het debat vooral online in eigen kringen woedt. [DAT BEDOEL IK MET MIJN PLEIDOOI VOOR BUBBELKUNDE] 3. kleine kring van mensen die zich zoveel mogelijk tot onderling contact beperken, om de kans op besmetting bij een pandemie kleiner te maken  Vanaf 8 juni krijgt iedereen de vrijheid om zijn persoonlijke bubbel uit te breiden naar tien personen, die wekelijks mag verschillen. (WikiWoordenboek)

De auteur van die column was, mirabile dictu = het is wonderbaarlijk dat ik dat kan zeggen, Bert Keizer:

trouw.nl/zorg/een-sterven-maakt-altijd-minder-lawaai-dan-je-zou-willen

Hugo Verbrugh


Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)

Dit veld is vereist.
Lees hier de privacyverklaring Hiermee geeft u toestemming om wekelijks een nieuwsbrief te ontvangen.