In Kralingen loop je af en toe Wouter van der Bas tegen het lijf, of je nou wilt of niet. Zie bijvoorbeeld: desteronline.nl/burendag-in-verpleeghuis-pniel-met-hugo-en-wouter en desteronline.nl/buurvrouw-sanneke-van-hassel-op-bezoek-in-verpleeghuis-pniel. Kort geleden belde Wouter, inmiddels diaken, De Ster voor de Protestantse Kerk Kralingen-Rotterdam. Het ging over de kerstviering in de Hoflaankerk in coronatijd. Zie daarvoor elders in deze krant. Daarbij had hij nóg een mededeling: zijn moeder hoopt op Tweede Kerstdag, zaterdag 26 december, haar 90ste verjaardag te vieren. Of dat niet in De Ster kon? Natuurlijk, ‘Van der Bas Poeliers’, gevestigd aan de Waterloostraat was jarenlang trouwe adverteerder in De Ster. ‘For old times’ sake’ dus.
Gré van der Bas-Ouwendijk groeide op in Den Haag. Op de vraag ‘Hagenaar of Hagenees?’, antwoordt ze zonder nadenken: ‘Hagenees’. Ze was het middelste kind van vijf. Ze had drie broers en één zus. Gré is als enige van de kinderen nog in leven.
Adrema
Na de lagere school werd ze naar de zgn. Industrieschool voor meisjes gestuurd. Om te leren naaien, lingerie en kostuums. Daar had Gré echter helemaal geen zin in en ze ging werken op het kantoor van de ‘Militaire Belangenvereniging van Beroepsschepelingen bij de Zeemacht’ (VBZ). Ze was daar ook ‘medewerker Adrema’. Op het kantoor werd een krant gemaakt, ‘met officieel nieuws’, aldus Gré en die moest worden verstuurd. Daarbij was de Adrema, adresseermachine, onontbeerlijk. Gré was ongeveer vijf jaar werkzaam bij de VBZ, met plezier, maar toen het kantoor verhuisde naar (de marinehaven) Den Helder, ging ze niet mee. Ze vond werk als verkoopster in de Haagse banketbakkerswinkel ‘Oliehoek’. Na een jaar of vier kwam daar een einde aan, Gré moest thuis aan het werk, huishoudelijk, wel te verstaan. Schoonmaken, koken, wassen, strijken. Haar ziekelijke moeder kon het niet meer aan. Dat duurde tien(!) jaar. Gré: ‘Jan (van der Bas) heeft me daar weggehaald’.
Julianaplaza
In Bodegraven liep zij Rotterdammer Jan van der Bas tegen het lijf, in 1961. Tussen hen was het snel beklonken, in 1962 kwam ze naar Rotterdam. Ze trouwden nog dat jaar in het Haagse stadhuis en de Haagse Julianakerk (thans tot verdriet van Gré ‘Julianaplaza’ geheten en restaurant). De trouwreceptie echter was in Rotterdam, bij ‘Eendragt maakt Magt’, de sociëteit op de hoek van de Oudedijk en Waterloostraat die later wegens de metroaanleg moest verhuizen naar de Kralingse Plaslaan. In Rotterdam kon ze meteen aan het werk in de winkel van Van der Bas Poeliers in de Waterloostraat. Dat wilde ze ook, want als meisje had ze al bedacht: ‘ik wil later ook een winkel hebben’.
Bijna 50 jaar
Gré had het druk maar ze had er lol in. Al doende leerde ze. In de winkel vond ze de omgang met de klanten geweldig en ze liet haar handen wapperen. Trots zegt ze de winkel eigenhandig steeds schoon te hebben gemaakt. Twee kinderen werden tussendoor geboren, in september 1963 zoon Wouter en in juli 1966 dochter Marga. Wouter ging werken in de winkel van zijn vader en moeder. Marga ging het huis uit en is nu sociaal pedagogisch hulpverlener bij Argos in Hoogvliet.
Bijna 50 jaar maakte Gré vol in de winkel. Op het laatst viel het haar lichamelijk te zwaar, het reiken naar de producten in de vitrine ging steeds moeilijker maar ze kreeg het dringend verzoek toch te blijven. Om met de klanten te praten! Over recepten en zo.
Helaas moesten vader en moeder van der Bas en zoon Wouter in 2011 hun winkel sluiten. Gré en Jan werden een dagje ouder en Wouter kreeg te maken met de ziekte van Lyme, volgens hem voor poeliers nog steeds niet erkend als beroepsziekte. Een ernstige aandoening als gevolg van een tekenbeet uit het verwerkte grofwild in de jaren tachtig. Waar hij weliswaar na lang tobben een goede medische behandeling voor wist te vinden, maar helaas nooit meer de ‘oude’ zal worden. Bovendien zat het economisch tij toentertijd niet mee. Jammer, en meer dan dat, Van der Bas ‘Poeliers van Professie’ hield op te bestaan. Jan van der Bas overleed op 12 juni 2018, na een arbeidzaam leven. Hij werd 87 jaar.
Mist u het werk in de winkel? ‘Heel erg’, anwoordt Gré, ‘ik kom nog steeds klanten tegen’.
Dagelijkse kost
Het lopen gaat Gré niet goed meer af. Ze kreeg twee nieuwe heupen. Toch zit ze er monter bij in haar ruime huis boven de voormalige winkel. Dat vindt ze erg. Ze kijkt er liever niet naar als ze buiten komt. Aan de overkant van de Oudedijk krijgt ze fysiotherapie in Verpleeghuis Pniël. Haar handen laat ze nog steeds wapperen. Ze schilt elke dag aardappelen voor haarzelf en inwonende zoon Wouter. Ze doet de was en verzorgt de twee kanaries, waarvan er een tijdens het interview vrij door de kamer vliegt. ‘Je moet niet schrikken’. In huize Van der Bas worden de maaltijden bereid door Wouter maar Gré maakt de soep en de pudding op zondag en maandag. Leest u veel? Nee, niet meer. Vroeger wel. Graag kijkt ze naar het Belgische tv-programma ‘Dagelijkse kost’. Daar steek je wat van op, vindt ze.
Vertrouwen
Bent u bang voor covid-19? ‘Welnee’, zegt Gré, ‘als je voldoende afstand houdt kan er toch niets gebeuren? Ik heb vertrouwen en m’n dagen zijn geteld’. Mantelzorger Wouter zit op een flinke afstand van zijn moeder in een stoel.
Huisvriendin Marisol steekt af en toe de helpende hand toe en brengt de boel in beweging. Zo gingen ze laatst met z’n drieën op een mooie, zonnige dag naar de Krimpener Waard, in de auto. De rolstoel ging mee en zo geniet Gré nog van de frisse buitenlucht.
Ossenstaart
Vanwege covid-19 zal het verjaardagsfeest ‘en petit comité’ plaatsvinden. Met zoon Wouter, dochter Marga en haar partner Gerard en huisvriendin Marisol. Wat er gegeten wordt? Gré: ‘Ik lust alles’. Wouter kondigt aan reerug te gaan bereiden, met aardappelkroketjes. De onmisbare soep vooraf zal worden getrokken van een fikse ossenstaart, die tradtioneel wordt betrokken bij Kralingse Keurslager Van Linschoten in de Lusthofstraat. Chocoladepudding met slagroom toe. Beide laatstgenoemde gangen zullen door Gré worden bereid.
Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)
recent commentaar