De tijden veranderen en wij veranderen met hen. Dat leert een oude Latijnse wijsheid. Ze is nog steeds geldig. Sterker nog: ze wordt steeds actueler. Het nieuwe ‘andere’ dat alsmaar komt, wordt steeds meer anders dan het andere dat al eerder gekomen was. Ten minste, zó voel ik dat – en ik heb in mijn lange leven veel ‘anderswording’ meegemaakt.
Neem alleen maar De Ster. Van de ene dag op de andere geen papieren editie meer – dat was even wennen. ‘Zoals het er nu naar uitziet zal De Ster niet meer elke week in de plaatselijke brievenbussen belanden’, citeer ik van de site. ‘De kosten daarvan overtreffen de opbrengsten momenteel ruimschoots.’ [“It’s the economy, stupid”, fluister ik mezelf stiekem toe] ‘De Ster is op 26 april en 3 mei al niet uitgekomen.’ [Het was me al opgevallen … – Nu pas word ik me ervan bewust dat ik al die tijd van niemand in mijn omgeving over deze niet-verschijning van De Ster énige vraag, laat staan een klacht vernomen heb … Dat is behoorlijk verontrustend, toch?] ‘Wel blijft de website van De Ster, www.desteronline.nl, “in de lucht” en de digitale Ster-nieuwsbrief zal elke week worden verstuurd naar de abonnees. Zó blijft De Ster in elk geval bestaan, mét de medewerkers van de “papieren’ Ster”.’
Juist, ja. Ook anders dan anders, maar niet zo drastisch en, voor wie het vooraf had willen weten, met zekerheid voorspelbaar, vielen vorige week donderdag, 5 mei, Hemelvaarts- EN Bevrijdingsdag toevallig op één dag. Nu, terwijl ik daar op terugkijk, word ik me in dat verband van iets bewust. In De Ster van 22 maart had ik beloofd over Pasen (25 maart) en Pinksteren (aanstaande zondag!) te schrijven. ‘Wordt vervolgd op dinsdag 3 mei, twee dagen voor Hemelvaartsdag’, besloot ik mijn stukje in De Ster van 22 maart. Het zal de lezer van de papieren editie niet opgevallen zijn, maar ik heb me niet gehouden aan de afspraak – ik was het in de verwarring over wat er allemaal anders in de wereld ging in die weken, glad vergeten. Nu maak ik er iets van goed – maar even tussendoor nog iets anders.
Traditiegetrouw zijn op 4 mei door een stoet Bekende Nederlanders kransen gelegd op de Dam. Het officiële gedenkschrift voor 4 mei luidt: ‘Tijdens de Nationale Herdenking herdenken wij allen – burgers en militairen – die … waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in oorlogssituaties en bij vredesoperaties’. Maar als ik goed gezien heb, ontbrak er iets. Voor zover ik de plechtigheid via de buis heb gevolgd, is er geen krans gelegd voor de Indonesische burgers die in de zogenaamde ‘politionele acties’ door Nederlandse militairen zijn vermoord. Dat is een verzuim, lijkt me. Herdenken vraagt om accurate, historische analyse, en die lijkt hier niet uitgevoerd te zijn.
Dan Pinksteren. Het Nederlands Dagblad maakte ons 5 mei [? geldt de zondagsrust op deze dag niet voor de redactie?] lekker met de volgende tekst: ‘Morgen is het Hemelvaart. Jezus beloofde voor zijn vertrek voor zijn volgelingen een plaats klaar te maken, “in het huis van mijn Vader met zijn vele woningen” (Johannes 14). Dat is dus het doel, hebben sindsdien veel christenen gedacht: de hemel. Jezus achterna. Weg van deze aarde. Maar hoe legitiem, en logisch, en mooi het hemelverlangen soms ook is: mag je wel zo gemakkelijk de aarde vergeten? […] Het is opvallend hoe summier de evangelist Lukas de bijzondere gebeurtenis van Jezus’ hemelvaart beschrijft. Jezus wordt “omhooggeheven” en een wolk ontneemt zijn leerlingen het zicht (Handelingen 1, vers 9). Dat is het. In een van de oudste handschriften van het Nieuwe Testament wordt de volgorde van die twee zelfs omgedraaid: eerst de wolk, daarna de “opname”. Jezus onderneemt geen vrolijke ballonvaart (zoals de Zwitserse theoloog Karl Barth het ooit uitdrukte), of een antieke ruimtereis. Het is een mysterie, die hemelvaart. Echt goed zien wat er gebeurt – dat doen de leerlingen niet.’
Ik heb geen idee wat er in de resterende tekst staat [er werd mij slechts een fragment gestuurd], en het zal me benieuwen of het echt iets anders is dan wat Marieke Brouwer, predikant, ruim twintig jaar geleden hierover schreef: ‘Een wolk onttrok Hem aan hun ogen’, NRC Handelsblad 24 mei 1995, pag. 32. Zij kwalificeert het bericht in het Evangelie over de hemelvaart van Jezus als ‘misschien wel het meest bizarre’ van de vele ‘ongeloofwaardigheden’ in het christelijk geloof. Gelukkig hoeft deze ongeloofwaardigheid de moderne mens echter niet van zijn geloof af te brengen want, aldus ds. Brouwer, ‘net zoals het Kerst- en Paasverhaal moet de vertelling van Hemelvaart niet letterlijk maar figuurlijk gelezen en begrepen worden, als een geheel van symbolen’.
Letterlijk – voor zover een moderne Nederlandse vertaling ‘letterlijk’ mag heten – staat in het verhaal: ‘Plotseling kwam er uit de hemel een geluid dat leek op een enorme windvlaag en het vulde het hele huis, waar zij zaten. Op hun hoofden vertoonden zich tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen. Zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen in vreemde talen te spreken, zoals de Geest het hen gaf uit te spreken.’ Een eigentijdse uitleg die iets verdergaat dan die van ds. Brouwer herkent hierin de zogeheten glossolalie. Dat is de naam voor het verschijnsel dat alleen al door de klank van woorden die de mensen uitspreken iets van de betekenis van die woorden kenbaar wordt gemaakt. Op 15 juli 2014 heb ik er in De Ster over geschreven; de aardigheid van communicatie via de site is nu dat ik zonder gêne durf te verwijzen naar dit artikel: desteronline.nl/poldergloss
En nu nog iets over dat toeval dat die twee feestdagen samenvielen. In NRC Handelsblad van 4 mei stond een artikel dat ik goed kan gebruiken om die twee herdenkingsmomenten met elkaar te verbinden. De verbindende tekst is ‘Herdenken zonder overlevenden’, zoals de krant op de voorpagina schreef. De auteur is Tinneke Beeckman (Vlaams filosofe, Antwerpen 1976). Zij stelt in dit artikel dat ‘… herdenken vraagt om accurate, historische analyse’; ik schreef dat hierboven al. Ik citeer verder: ‘4 mei is een emotionele aangelegenheid. Maar waak ervoor dat je de geschiedenis niet zelf inkleurt. Anders trek je de verkeerde lessen uit de oorlog. … Jarenlang diende de Tweede Wereldoorlog als referentiepunt voor oorlog en geweld. Maar houden we die periode wel op de juiste manier in herinnering? Ik vrees dat we noodzakelijke lessen overgeslagen hebben. Een vergetelheid die bij de recente aanslagen in Parijs en Brussel aan het licht kwam. Alsook bij de onverschillige houding van Europeanen tegenover militaire invallen van hun regeringen. … Sinds de jaren 1970 speelt niet alleen de gedachte van individuele verantwoordelijkheid, maar ook van een collectieve schuld. Het werd belangrijk te bewijzen dat je tot de ‘goede groep’ behoort. Belangrijker dan zich af te vragen wat waar is, wordt de vraag of je de gevoeligheden erkent. Gevolg is politieke censuur, die overheerst zodra voldoende mensen aan zelfcensuur doen. Mensen durven dan de ideeën waarvan ze weten dat ze waar zijn, niet meer te uit te spreken, of zelfs niet meer te denken. Die angst doodt het streven naar waarachtigheid.’
Well roared, lioness. Ieder jaar zullen er minder overleVENDen en des te meer overleDENen bij de herdenking zijn. Vanuit mijn nog volop levende streven naar waarachtigheid bepleit ik om een specifieke nieuwe gevoeligheid te erkennen: het prille zintuig waarmee steeds meer mensen iets gewaarworden van de concrete aanwezigheid van overledenen in speciale situaties. De ietwat speculatieve titel boven dit stukje vat samen wat ik daarmee eigenlijk bedoel.
Volgend jaar vallen 4 mei en Hemelvaartsdag ook op een donderdag – maar dan zullen er drie weken tussen liggen. Als onze Ster dan nog bestaat, zal ik er weer over schrijven.
recent commentaar