Sinds de kinderen uit huis zijn, verloopt Sinterklaas bij ons thuis weinig opwindend. Maar dit jaar was er toch iets bijzonders. Er werd gebeld, en op de stoep lag een zwaar rechthoekig pak: 20 x 30 x 3,5 cm, ruim drie kilo wegend. Op het sinterklaas-pakpapier was een etiket geplakt. VAN GENNEP stond erop. Dat suggereerde een boek. De suggestie werd bewaarheid – maar wat een boek bleek het te zijn … een soort ultiem [= het laatst mogelijke; beter kan niet] Rotterdamboek. Na zó een kwalificatie kun je dus eigenlijk niets meer zeggen, maar dan zou ik de auteurs Jan Oudenaarden en Rien Vroegindeweij te kort doen. Dus zet ik de blik even op oneindig en ga ik vrij associëren waarom ik dit een geweldig boek vind.
Ik ga terug naar 1961. Toen kwam ik zelf voor het eerst hier. Na een uur of wat kon ik er niet meer omheen: dit is mijn plek, hier moet ik zijn.
Een jaar of wat later kreeg ik bevestiging van van intuïtie. Ik ontmoette Paul Thung, destijds hoogleraar aan de medische faculteit in Leiden. Ik vertelde hem wat ik wilde – toevallig heb ik daar vorige week in De Ster over geschreven: desteronline.nl/vrijheid-en-regels-onderwijs-en-leren – en dat was toen erg nieuw. Het leek hem een goed idee om daarvoor naar Rotterdam te gaan. ‘Dáár kun je iets nieuws beginnen’, hóór ik hem nog zeggen en sindsdien woon ik in deze stad ‘die de leegte eert’, zoals architect Ben van Berkel onze habitat kwalificeerde tijdens een wandeling met een AD-redacteur bij de opening van de Erasmusbrug.
En zo is het. Ik ken geen plaats ter wereld waar je zo jezelf kunt zijn als Rotterdam. ‘Hier kan alles’, zoals Andries Querido het letterlijk placht te zeggen in de tijd dat hij de Medische Faculteit Rotterdam, voorloper van Erasmus MC, oprichtte (1966 en later). En, nog een keer: zo is het – en niet alleen dat; je moet het hier allemaal zelf doen, maar als je echt iets wil, dan word je gesteund en dan kan het hier ook.
Het is hier leeg – in de mystieke betekenis van dit woord. In déze leegte is potentieel alles. Als je dat inziet, ben je deelgenoot van wat in de titel van dit
stukje staat: het Rotterdam-gevoel. Ik ben de afgelopen halve eeuw met heel wat mensen in gesprek gekomen die van elders hier gekomen waren, en de meesten herkenden dan iets van wat ik hun dan vertelde.
En in die leegte verschijnt nu dit boek: ‘Het finale boek over de stad die in het hart werd getroffen, zichzelf weer opbouwde en zijn trots herwon’, haal ik van de site van Uitgeverij Kick. ‘In 1940 zou de stad Rotterdam zijn zeshonderdjarig bestaan vieren. Maar feest zou het niet worden. Op 14 mei veranderde een formatie van 54 Duitse Heinkel 111 bommenwerpers de binnenstad in een helse vuurzee. Wat in eeuwen was gegroeid, werd in een ogenblik verwoest. Rotterdam: een metropool van glas en beton, maar vooral een stad met een eigenzinnige bevolking die een smeltkroes van culturen is, door alle tijden uitgebreid met migranten van overal ter wereld, aangetrokken door zaken als vrijheid van godsdienst, economische ontwikkelingen, scheepvaart en scheepsbouw, grote werken, industrie en ‘vreemdelingen’ die zich binnen de kortste keren Rotterdammer voelden. Als iedereen ergens vandaan komt, is niemand een vreemde.’ ‘ROTTERDAM’ [het ding heeft geen ondertitel] is het hele verhaal in tekst en beeld van de stad die in het hart werd getroffen, zichzelf weer opbouwde en zijn trots herwon.
Ik neem me voor er volgend jaar meer over te schrijven. Voor nu enkele smetjes. Waarom, heren Oudenaarden en Vroegindeweij, ontbreken in het vele honderden namen omvattende register, om slechts enkele voorbeelden te noemen, Marten Toonder en zijn Rommeldam, het Bataafsch Genootschap der Proefondervindelyke Wysbegeerte te Rotterdam, en de filosoof Bernard de Mandeville (1670 – 1733)?
recent commentaar