11 maart 2013 St. Firmin. Na een eindeloos geworstel met het lint, begin ik aan mijn column van de week. Er kwam een brief uit Rotterdam waarin alles over Georges Ohnet staat. Hij heette eigenlijk Georges Hénot. Het is een brief van Ina Baay. Veel dank voor deze informatie.
Sinds deze week word ik afgehaald uit mijn kamer in een rolstoel. De rollator gebruik ik alleen op mijn kamer. De krant ben ik vandaag vergeten mee te nemen. Die lees ik dan morgen op de groep waar wij vooral koffie drinken. Verder zwijgen wij. Er is niemand die een betrekking als ik had, conservator van de prenten van Museum Boymans. Ik kan nergens met de anderen over praten. Ik ben dan ook de enige die NRC / Handelsblad leest. Ina Baay leest de Ster en merkte op dat ik herhaaldelijk over Georges Ohnet iets schreef. Ik ben dankbaar voor de niet gevraagde gegevens. Ik lees wanneer de Ster komt alle columns. Die op mijn bladzij is de grondigste van allemaal. Die lees ik met plezier. Mijn grondigheid is ver te zoeken. Ik verdiep mij niet in politiek en ik lees Franse boeken. Dat is deze week van Tornier. Een leuke schrijver van wie ik niets weet. Het moet trouwens Tournier zijn.
De laptop geeft zoals altijd charmante muziek van W.A. Mozart. Omdat die muziek terugkomt is het niet zonde om daar bij te typen. Nu is dan ook iets zeer vrolijks op mijn laptop. Na 20.00 uur ga ik over op J.S. Bach, die zo mooi gespeeld wordt door Gustav Leonhardt, die al een jaar geleden overleden is. Het is jammer dat ik geen dwarsfluit meer speel. Dat deed ik namelijk erg goed. Hij ligt nu te vergaan bij een nichtje. Zij is de dochter van oom Mr. M.C. Bergsma met wie ik veel gereisd heb toen hij nog niet getrouwd was. Toen wij in Rome waren waren er geen kardinalen die nu in hun schitterende kleding de nieuwe paus kiezen. Nu is er een fluitconcert van Mozart. Dat heb ik ook eens gespeeld. Als de pillen straks komen neem ik die in en ga dan naar bed. Ik slaap prima en droom nauwelijks. Bijna is het papier vol en het is tijd voor mijn naam onder dit schoons wat hierboven staat.
Robin Adèr
recent commentaar