‘Geen periode in de afgelopen twee eeuwen heeft zoveel verandering teweeggebracht als onze tijd.’ Dat stelde de nieuwe hoofdredacteur van de NRC, René Moerland vorige week. Hij noemde als argumenten de informatierevolutie en de desoriëntatie door digitalisering.
Die houden we er in: ‘de informatierevolutie en – voor de compactheid door mij tot één woord aaneengesmeed – ‘de digitaliseringdesoriëntatie‘.
Deze beide woorden heb ik nooit eerder gebruikt; de onderwerpen zijn me al lang vertrouwd en heb ik al eerder in De Ster en op De Ster Online aan de orde gesteld, vaak tussen de regels door, soms meer of minder uitdrukkelijk, bijvoorbeeld op 4 februari 2014: desteronline.nl/een-gruwelverhaal-de-toekomst-van-alles en op 8 juli 2014: desteronline.nl/facebook-gesjacher-dode-vrienden-de-arglist-van-facebook. Ik gebruik dit stukje om nog wat achtergrondinformatie (!) te geven ter illustratie van de stelling van Moerland.
‘Informatierevolutie’ illustreer ik aan een citaat uit de syllabus Filosofie die ik in de jaren ’80 maakte voor mijn onderwijs in dat vak in de medische faculteit van de EUR:
“Woorden en begrippen lijken op levende wezens. Sommige ‘leven’ heel lang en maken in die tijd relatief weinig veranderingen door. Andere veranderen zeer snel. ‘Informatie’ is wat dit betreft een illustratief voorbeeld. Vooral in de genetica en de celbiologie heeft het begrip ‘informatie’ vanaf het begin van deze eeuw [= de 20e eeuw] een interessante ontwikkeling doorgemaakt. Nadat in de loop van de vorige eeuw de cel was ontdekt als de kleinste eenheid van leven, ontbrandde tegen het eind van de eeuw een wetenschappelijke strijd over de vraag hoe nieuwe cellen ontstonden. Omstreeks 1900 was bewezen dat cellen alleen uit eerder bestaande cellen kunnen ontstaan. Toen kregen de biologische wetenschappers het besef dat ze nu moesten gaan verklaren hoe de ene cel een volgende kan voortbrengen. Eerst hadden ze toen een aantal jaren nodig om zich bewust te worden dat er zoiets moest zijn als ‘informatie’ die in een of ander molecuul ingebouwd moest zitten en die tijdens dit proces van celdeling gerepliceerd werd, zodat één helft naar de ene en de andere helft naar de andere dochtercel kon gaan.”
Realiseer je hierbij dat in de eerste helft van 20e eeuw het begrip ‘informatie’ zoals wij dit nu kennen niet bestond; ‘informatie’ was een woord dat het VVV-kantoor gebruikte. Daarna kregen ze weliswaar het benul dat er zoiets moest bestaan als ‘informatie’ die in een molecuul ingebouwd zit, maar bijna een halve eeuw namen ze als vanzelfsprekend aan dat dit molecuul een eiwit moest zijn. Toen men in 1944 ontdekte dat de genetische informatie ingebouwd zit in een heel ander soort molecuul, genaamd DesoxyribioNucleic Acid oftewel, DNA, kwam dit als een – inderdaad – revolutie. Onvervangbaar product van die revolutie is de definitie van informatie: elke configuratie van symbolen die door het betreffende systeem onderscheiden en geïdentificeerd èn voortgebracht en in andere configuraties overgebracht kan worden. Daarbij speelt de speciale fysische structuur van de signalen die de configuratie realiseren (optisch, akoestisch, elektrisch of andersoortig) evenmin een rol als de inhoud of de betekenis ervan. Informatie is dus een zuiver syntactisch concept. [Herlees nu mijn stukje van vorige week: mijn daar opgevoerde wijze vriend desteronline.nl/mij-spreken-de-kabouters-een-tale krijgt op een andere manier dan via gedrukte letters informatie over kabouters!]
Als leerzame verwijzing naar het fenomeen ‘historisch besef’ kopieer ik wat ik destijds aan mijn studenten leerde over het internet: ‘Dit woord zal nog slechts in weinig woordenboeken en encyclopedieën voorkomen. We nemen het dan ook alleen op als voorschot op de toekomst. Vrijwel zeker zal het in de loop van het derde millennium steeds belangrijker worden. Nu al is relevant dat mensen via internet over een schat aan informatie én desinformatie m.b.t. hun gezondheid en ziekte zullen kunnen beschikken.’
Digitaliseringdesoriëntatie illustreer ik aan de manier van handeldrijven van Facebook. Die is gewoon een vervolg op de sublieme Russische roman van Nikolaj Gogol uit 1842, ‘Dode Zielen’, waaruit ik op 8 juli 2014 een ander plaatje had gehaald. In die tijd hadden rijke landgoedbezitters in Rusland nog zogeheten ‘lijfeigenen’, ook wel aangeduid als ‘zielen’. Het waren in feite gewoon mensen, maar tegelijk gewone slaven die gewoon verhandeld werden. In de roman van Gogol verzint een zwendelaar de list om overleden lijfeigenen voor een habbekrats op te kopen en de bewijzen van eigendom te gebruiken als onderpand voor leningen. Op het plaatje [uit een luxe-uitgave van het boek voor kinderen in de hoogtijdagen van de voormalige Sowjet Unie, 1953] zit zwendelaar Tsjitsjikov gespannen te kijken of hij zijn grote slag zal slaan.
Hugo Verbrugh
Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)
recent commentaar