Kralinger Joost de Man werkt voor de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, NWO. Tot het einde van 1999 was hij werkzaam voor De Ster. Onderstaand in memoriam publiceerde hij op het intranet van NWO.
Woensdag 21 februari 2018 is in zijn woonplaats Rotterdam op 58-jarige leeftijd dr. Michiel Wielema overleden. Wielema is op diverse manieren aan NWO verbonden geweest: hij promoveerde in 1999 aan de VU Amsterdam bij Willem Frijhoff (de vader van SGW-collega Laia Frijhoff), hij werkte als postdoc op onderzoeksprojecten van Han van Ruler (Vidi, EUR) en Wiep van Bunge (Open competitie, EUR) en vertaalde vanaf 2007 – in verbazingwekkend elegant Engels – gedurende menige jaren alle financieringspagina’s op de NWO-website.
Michiel Wielema was naast dit alles gedurende meer dan een kwart eeuw een hoekig-hartelijke vriend van schrijver dezes. Desondanks geen nauwe vriend: wij konden elkaar jarenlang met gemak negeren om daarna de draad simpelweg weer op te pakken. Het contact was vooral van intellectuele aard en dat was prima: niet met iedere vriend hoef je per se je relatieproblemen en de voetbaluitslagen te bespreken.
Daarnaast was hij ’n persoon die zó vaak tijdens mijn leven m’n pad kruiste, dat je op een bepaald moment denkt dat er hogere machten in het spel zijn – hetgeen onmogelijk is omdat hogere machten nu eenmaal niet bestaan; maar toch…
Kenleer
Het wiegje van M.R. Wielema (1959) stond in Rotterdam-Kralingen. Hij doorliep de gymnasiumafdeling van het Libanon Lyceum in Kralingen, dezelfde school als waarop mijn dochter Floria op dit moment met wisselend succes de leerstof van 5VWO het hoofd biedt.
Wielema studeerde na de middelbare school filosofie aan de Erasmus Universiteit, aan dezelfde faculteit als waar ik tezelfdertijd een jaartje – ach, men moet toch íets… – ingeschreven heb gestaan als student; terug rekenend moeten hij en ik in 1979 tijdens colleges Kenleer of Filosofiegeschiedenis de banken hebben gedeeld, zonder elkaar ook maar in het voorbijgaan te groeten. Ik kan me hem niet herinneren en vice versa. Dit kwam allemaal pas veel later aan het licht.
Ik schudde Michiel voor het eerst de hand toen ik hem in 1991 ‘voor de krant’ (De Ster) interviewde omtrent zijn eerste majeure publicatie, Filosofen aan de Maas (Kroniek van vijfhonderd jaar wijsgerig denken in Rotterdam), een lezenswaardig relaas over de meest uiteenlopende filosofen die de verder zo prozaïsche en ‘nijver werkende’ Maasstad heeft voortgebracht. Hij was blij verrast toen we er gezamenlijk achter kwamen dat een door hem in kaart gebrachte filosoof, Cornelis Opzoomer (1821-1892, jurist, filosoof, logicus en theoloog) een voor die tijd sterk ontwikkeld sociaal gevoel bleek te hebben gehad, wat een eeuw later een vervolg had gekregen: in de naar hem vernoemde Opzoomerstraat te Rotterdam namen in de jaren negentig bewoners het voortouw om hun verpauperde buurt eigenhandig op te knappen… wat elders navolging kreeg en uiteindelijk leidde tot het werkwoord ‘opzoomeren’.
Michiel Wielema verschafte vanaf die tijd op mijn verzoek de krant van filosofisch getinte columns, naast historische verhalen omtrent de geschiedenis van de Rotterdamse wijk Kralingen, zeg maar het Bloemendaal van Rotterdam. Een gebundelde uitgave verscheen in 1994 en was een ‘instant hit’, ofschoon een plaatselijke bestseller.
Wielema’s (Nederlandse) schrijfstijl ontwikkelde zich in die tijd tot vlekkeloos charmant, met een moeilijk na te bootsen onderkoelde ironie. Vingeroefeningen die hem later goed van pas kwamen.
Op 27 april 1999 mocht ik paranimf zijn op Michiels promotie aan de VU Amsterdam, op het onderwerp Ketters en verlichters, bij promotores Willem Frijhoff en Gerrit Jan Schutte. Michiel had zich inmiddels als onderzoeker comfortabel genesteld in een smalle niche in de Nederlandse theologisch-filosofische geschiedenis, die van de zeventiende-eeuwse ketters binnen de gereformeerde kerk. Geen afvallige predikant in Zwolle of in het geniep autodidactische Spinoza-aanhanger te Haarlem, of Michiel had hem in het vizier. Hoe obscuurder hoe beter. En let wel, in die zogenaamd ‘tolerante’ Gouden Eeuw de officiële leer van de protestants-christelijke kerk kritisch beschouwen of ter bespreking stellen in een geschrift, kon je met gemak op een decennium rasphuis of erger komen te staan.
Die promotiedatum trouwens, 27 april, is behalve de geboortedag van onze vorst, ook die van mijn partner, de moeder van Floria. Toevallig.
Goddelijkheid van Christus
Anyroad, een en ander leidde onder meer tot, in alle bescheidenheid, wat we Michiel Wielema’s magnum opus mogen noemen: de ‘hertaling’ en aansluitende vertaling in het Engels van Een Bloemhof van allerley Lieflijkheyd sonder verdriet (A Flower Garden of All Kinds of Loveliness without Sorrow) van Adriaan Koerbagh. Het woordenboek met definities van politieke en religieuze maar ook geneeskundige en juridische termen, uit 1668, veroorzaakte destijds grote controverse in Amsterdam. Koerbagh schreef het onder het pseudoniem Vreederijk Waarmond, maar dat weerhield de autoriteiten niet om de steller van controversiële ideeën over bijvoorbeeld de Heilige Drie-eenheid en de ‘vermeende’ goddelijkheid van Christus te herleiden tot de dappere Koerbagh: dat leverde de man tien jaar opsluiting op, een boete van 4000 gulden en verbanning uit Amsterdam. Van die dingen.
Michiel bleef die hardnekkig eigenwijze figuren, vaak minder dan voetnoten in de Nederlandse geschiedenis in de slagschaduw van Baruch de Spinoza cum suis, met een stoïcijnse volharding opsporen en beschrijven.
Ook hijzelf was, anno nu, zo’n onaangepaste, volgens sommigen zonderlinge figuur. Hij verbleef het liefst ’s zomers op zijn volkstuin in Kralingen, waar hij een trouwe schare volgelingen aan zich bond, bestaande uit de vogelsoort ‘mus’, door hen tweemaal daags op vaste tijden te verwennen met kolossale hoeveelheden olienootjes. Je trof hem daar aan in een tafereel dat, op een lange bruine pij na, sprekend de Heilige Franciscus van Assisi weergaf. Het hysterische gekwetter van honderd mussen die smeken om hun pinda’s tart elke beschrijving. Wie luistert naar de trillers in het pianostuk St. François d’Assise: La prédication aux oiseaux van Franz Liszt komt een beetje in de buurt.
De enige ‘vaste baan’ die Michiel ooit heeft gehad was bij NWO-onderzoekers Han van Ruler (‘From Erasmus to Spinoza. Classical and Christian Notions of the Self in Early Modern Dutch Philosophy, Theology and Letters’) en Wiep van Bunge (‘Early enlightenment in the Dutch Republic’). Hij leidde een zo spaarzaam (‘frugal’ zou Michiel geschreven hebben) leven dat een werkgever onnodig leek. Ik vroeg nooit hoe hij zich financieel redde. Ik keek ’s zomers wel eens met jaloerse blik naar hem als hij zo bruin als een melkchocoladereep vrolijk zwaaiend voorbij fietste op weg naar God knows where. De bundel columns die het denkwerk tijdens de afgelegde kilometers onder meer opleverde, Op de fiets naar het Al-Ene, deed het slecht in de boekwinkels.
Collegebanken
Nog niet zo lang geleden, enkele jaren maar, kwam een verbluffende maar heugelijke tijding uit het isolement van de ketterdetective. Via een pas ontwikkeld digitaal platform had hij de vrouw van zijn dromen ontmoet. Zij gingen trouwen. Eh sorry, vijftigplusser en zelfverklaarde heremiet Michiel gaat naar het altaar? Verbazing alom. Vooral toen ik de naam van de vrouw hoorde en er terstond allerlei belletjes gingen rinkelen: ken ik haar niet ergens van? Lang verhaal in het kort: de echtgenote in spe bleek zowel een oud-collega van mijn partner bij een antidiscriminatiebureau in Rotterdam in de jaren negentig, als een studente met wie ík, nóg veel eerder in Leiden midden jaren zeventig, de collegebanken had gedeeld toen wij Engelse taal- en letterkunde studeerden.
How about that for a coincidence.
Tot zover de grappige anekdotes. Bij Michiel Wielema was inmiddels het syndroom van Mounier-Kuhn geconstateerd. Een aan COPD gelieerde afwijking van de longen. Michiel was ten dode opgeschreven… tenzij hij op ‘de lijst’ kwam voor een longtransplantatie. In het ErasmusMC kwam Michiel met vlag en wimpel (nooit gerookt, geen alcohol, fietsconditie als een paard) door alle screenings heen, totdat ook nog een keer lymfeklierkanker werd geconstateerd. Het definitieve doodvonnis.
Boekenfanaat Wielema ontwikkelde bij het scheiden van de markt zijn allerlaatste boekenverslaving: The Loeb Classical Library (Harvard University Press), een serie van 530 deeltjes met werken van bekende tot uiterst obscure Griekse en Latijnse schrijvers in de oorspronkelijke taal én een Engelse vertaling. Van de val van Troje door Quintus Smyrnaeus tot de Argonautica door Apollonius Rhodius… ga zo maar door. Hij moest en zou ze allemaal hebben. Michiel is inmiddels overleden maar volgens de weduwe blijven de deeltjes per post binnenkomen.
Koddig
Vierentwintig uur voor zijn dood – hij wilde geen bezoek meer ontvangen – steggelden Michiel en ik nog als volleerde antiquaars per e-mail over de prijs van de meerdelige werken die ik van hem zou overnemen: de Oxford English Dictionary (20 delen) en het Woordenboek der Nederlandse Taal (40 delen). Het is een wrange maar o zo koddige e-mailwisseling die ik nooit zal verwijderen. (We werden het eens over de prijs. De Oxford English Dictionary wordt geschonken aan het Libanon Lyceum – als de school hem wil accepteren, wat ik betwijfel.)
De laatste e-mail bevat een PS: ‘Gisteren van ellende bijna het loodje gelegd en ik val dramatisch af.’
In ISAAC (aanvraag- en rapportagesysteem NWO. Red.) vind je M.R. Wielema niet met zijn voornamen Michiel Rudolf, maar met de verwarrende bestempeling ‘Midrid’, een van die onverklaarbare idioterieën in onze database die de naamdrager zelf, toen ik hem ervan op de hoogte stelde, tot een moment van grote vreugde opstuwde.
De begrafenis was op maandagmiddag 26 februari op de Algemene Begraafplaats Crooswijk.
Ophalen van herinneringen
Maandagmiddag 26 januari, ca. 14.00 uur, reed de lijkauto de brede laan van de Algemene Begraafplaats Crooswijk op. Een menigte mensen die Michiel Wielema de laatste eer wilden bewijzen stond te wachten. Vlak voor de kapel ging de lijkkist op de schouders van de dragers, familieleden en vrienden van Michiel, en zonder dralen zette de stoet zich in beweging richting het graf. Aldaar zakte de kist in de grond, te midden van de menigte. Er werd geen woord ter nagedachtenis gesproken. Zó moet Michiel Wielema het zelf hebben bedacht. Een uur later was de ‘samenkomst waar herinneringen werden opgehaald aan het leven van Michiel Wielema’ – in het bekende plaatselijke etablissement De Tuin van de Vier Windstreken, aan de oostzijde van de Kralingse Plas. Aldaar werden in de riante serre de begrafenisgangers ontvangen en kwamen de herinneringen los – aan de tafeltjes maar ook in de toespraken van Wiep van Bunge, hoogleraar in de geschiedenis van de filosofie aan de EUR en Bart Leeuwenburgh, onderwijsdirecteur van de Faculteit der Wijsbegeerte van de EUR.
Wiep van Bunge herinnerde zich Michiel Wielema als een doctor in de wijsbegeerte die lak had aan conventies, een hekel had aan dikdoenerij en zich verplaatste per fiets, in korte broek. Hij noemde zijn onderzoek naar de wijsbegeerte in Nederland en daarbij zijn speciale belangstelling voor vrijdenkers, zoals Adriaan Koerbagh (17e eeuw). Kennelijk was Wiep van Bunge ooit ontvangen door Michiel Wielema in diens toenmalige huis aan de Gerdesiaweg in Rotterdam-Kralingen, want ‘van dat huis was een archief gemaakt’. Hij wist ook te vertellen dat Michiel Wielema was gestorven op de sterfdag van Spinoza.
Bart Leeuwenburgh, ‘vriend en collega’, beschreef Wielema als iemand die eigenlijk alleen maar wilde lezen, schrijven en onderzoek doen, als een bibliofiel. Aan lesgeven had hij een broertje dood. Zijn gebruik van de Nederlandse en Engelse taal was ‘onnavolgbaar’. Na zijn kwalificaties van Michiel Wiielema als ‘stronteigenwijs’en ‘een atheïstische sarcast’, sloot hij af met ‘Nu is hij godverdomme dood’.
De twee zussen van Michiel Wielema, Trudy en Marthy, spraken ook. Michiel was een nakomertje en de steun en toeverlaat van zijn moeder die hij tot het laatst verzorgde. Ruim een week daarvoor hadden ze Michiel voor ’t laatst bezocht. Hij was toen moe maar optimistisch.
Tenslotte sprak Jacky, partner van Michiel Wielema. Zij beschreef Michiel als een lieve en zorgzame echtgenoot. Zij was 22 februari jarig, een dag na het overlijden van Michiel en hij had al een cadeautje voor haar gekocht – een muursticker, ‘decal’, met de volgende tekst: ‘Na eindeloos gefilosofeer blijkt de waarheid toch simpel: de liefde is alles’.
Namens De Ster, Eeuwke Woldring
Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)
Trackbacks/Pingbacks