In de digitale Ster van 8 juni schreef ik over een onlangs verschenen Engelstalig kinderboek dat bijzondere aandacht verdient: The Neighbourhood Surprise van Sarah van Dongen. Daarna ben ik er in blijven kijken en lezen en al doende kreeg ik steeds meer bevestiging voor twee wijze filosofische motto’s die mij allang begeleiden: (1) van Gustave Flaubert (1821- 1880): “Als je wilt weten wat iets interessant maakt, is het genoeg om er een tijdje lang goed naar te kijken”, en van (2) Albert Szent-György (1893-1986): ‘Wetenschap is de kunst om te zien wat iedereen heeft gezien en kan zien, en daarbij iets te denken wat niemand eerder daarbij gedacht heeft’.
Het kinderboek waar het toen over ging en nu weer over gaat, is een nieuwe variant op het stripverhaal. Het bijzondere ervan is de intieme verwantschap tussen de woorden en de beelden. Als je de eenvoudige stukjes tekst zachtjes hardop leest terwijl je de plaatjes bekijkt, komen de mensen op die plaatjes in je verbeelding concreet tot leven. Althans, zo vergaat mij dat, als ik het boek weer eens pak voor een momentje rustpauze. De tekeningen doen in eerste instantie denken aan wat wel moderne primitieve schilderkunst wordt genoemd. Tik ‘schilderkunst moderne primitieven’ op Google, en u zult beginnen te begrijpen wat ik bedoel. Maar dat is dan alleen het begin. De echte touch of genius in The Neighbourhood Surprise is anders – veel authentieker. Wat Sarah van Dongen tekent is niet sophisticated. Het is, niet, om het zo te zeggen, zo ‘quasi-wijsneuzig pseudo-kinderlijk’ als de plaatjes die van wetenschappelijk werkende kunsthistorici het predicaat ‘primitief’ hebben gekregen. Om in één woord te karakteriseren welke kwaliteit het werk van Sarah van Dongen wèl heeft, valt één woord me in: ‘sprekend’. Op internet vond ik minstens een half dozijn omschrijvingen voor wat ik hiermee bedoel: (1) Beeldend (!), (2) Duidelijk, (3) Expressief, (4) Frappant, (5) Markant, (6) Onweerlegbaar, (7) Treffend. Of iets uitvoeriger: (8) Wat iedereen meteen ziet, anders dan gewoon, (9) Wat scherper afsteekt tegen de achtergrond. In iets meer woorden die ik zelf nog bedenk: ik ga in het boek heen en weer tussen enerzijds mouthing (= met de mond en lippen zonder geluid te maken: move the lips as if saying [something]) van de super-eenvoudige Engelse zinnetjes en anderzijds innerlijk ‘scannen’ van de plaatjes. Zodoende kom ik vanzelf in een ritmische beweging. In die ritmische beweging ga ik mee met Kaya en haar vrienden Hassan en Alex die met steeds meer buurtbewoners een afscheidsfeestje bouwen voor Mrs. Fig.
De ‘kerkvader’ Clemens van Alexandrië (ca. 150 – 215) heeft in een geschrift ‘Paedagogus’ een filosofische uitwerking gegeven van de tekst in (onder andere) Marcus 10: 13-16: Jezus zei: ‘Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij.’ Dat is in onze 21e eeuw niet zomaar een privé geloofsopvatting maar een ietwat kort door de bocht samengevatte wetenschappelijke gefundeerde psychologie. ‘Het kind’ als zodanig begint zijn eerste jaren met een fundamentele functionele levensvreugde. Dat is volgens mij een wetenschappelijk feit uit de kinderpsychologie. Dit boek illustreert iets hiervan. Zie ook desteronline.nl/een-kinderboek-dat-bijzondere-aandacht-verdient en Wallach, Michael A. and Kogan, Nathan, Modes of Thinking in Young Children. New York: Holt Rinehart & Winston, 1965.
Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)
Trackbacks/Pingbacks