Als Coby de Looff zes jaar is, breekt de oorlog uit. In 1942 worden haar ouders opgepakt door de Duitsers en afgevoerd naar het beruchte kamp Ravensbrück, omdat zij joden in hun huis hebben laten onderduiken. Ze zijn verraden.

Wonder boven wonder worden zij na enkele jaren weer vrijgelaten. In 1944, de familie woont dan in een huis aan de Bergse Rechter Rottekade 67, moeten zij binnen een dag verhuizen. Hun huis is gevorderd door de Duitsers, omdat die slaapplaatsen nodig hebben voor hun soldaten. Ze worden zelfs verplicht om in elke kamer een tafel en stoelen achter te laten. Het is het jaar van de hongersnood, maar daar kan Coby de Looff zich eigelijk niet veel meer van herinneren.

Maar die ene dag in februari 1945 kan zij zich nog herinneren als de dag van gis teren. Coby moet dan met een heleboel andere kinderen in een vrachtwagen stappen die geparkeerd staat bij de molen op het Oostplein. Haar moeder zegt bij het afscheid dat alles goed komt. Er zijn meerdere vrachtwagens, die allemaal vol zitten met kinderen. Ze rijden naar Den Haag, naar Hotel Terminus. De volgende dag rijden ze in de bussen, met houtvergassers, richting het oosten.

Onderweg oefenen ze nog een keer met het snel uitstappen en dekking zoeken in de greppel, omdat konvooien vaak door Engelse vliegtuigen worden beschoten. Laat in de nacht komen ze aan in Zwolle. Daar staat een leeg graanpakhuis. Het is overvol met kinderen. Per toeval kan zij nog ergens haar hoofd neerleggen, maar ze ziet nog de kinderen voor zich die staand op de trap slapen. De volgende dag moet iedereen weer in de bussen klimmen en komen ze na een lange rit in Sappemeer (Groningen) aan. Coby wordt ondergebracht bij een dominee en zijn gezin. Het is daar niet gezellig. Later zal blijken dat het de bedoeling was om haar onder te brengen bij een boer in het noordelijke Midwolda, maar die is kort daarvoor gefusilleerd. Toch komt zij alsnog terecht op die boerderij. Daar is natuurlijk veel droefenis, maar omdat Coby zo’n vrolijk lachebekje is, kan ze de boel toch nog een beetje opvrolijken. Uiteindelijk overleven Coby de Looff en haar ouders de oorlog.

Coby de Looff

Kralingen
Maar hoe komt ze nu in Kralingen terecht? Door haar sportiviteit. Als zij 18 jaar is, zwemt ze lange afstanden, ze roeit bij roeivereniging Nautilus (werd twee maal Nederlands kampioen in de ‘4’ en in de ‘8’) en ze schaatst graag. Als Coby op onze ‘IJsclub Kralingen’ een pirouette draait, passeert haar een lange jongeman op houten noren. Hij woont in Kralingen en maakt een praatje met haar. Dat praten doen ze nu nog, want inmiddels zijn Coby en haar Marino al een halve eeuw gelukkig getrouwd en wonen zij heel plezierig in de Lairesselaan in Kralingen.

Kindertransporten
En nu zou Coby de Looff zo heel graag willen weten wie zich die kindertransporten nog kan herinneren. Zij vraagt zich bijvoorbeeld af: ‘Wie organiseerde dat en wie kon in 1943 en 1945 nog vrachtwagens en bussen laten rijden om kinderen te vervoeren?’ Kortom: weet u er meer van, laat het ons dan weten.

Jacques Beket