Komkommertijd (6, slot): ‘Over “voltooid leven” is het lastig uitruilen’. Ik doe een Grote Ontdekking

Het einde van de zogenaamde komkommertijd is nakend en dat is maar goed ook. De kabinetsformatie-problemen waar de stukjes van de afgelopen zes weken over gingen, zijn nog lang niet opgelost. Integendeel, alles wijst erop dat ze één-voor-één keurig verpakt in cadeaupapier in een van de vier kleuren van VVD, CDA, D66 resp. CU zorgvuldig meegenomen zullen worden in het eindresultaat van de onderhandelingen. Dan zal gebeurd zijn wat ik in mijn vorige stukjes voorspelde: het enige werkelijk serieuze filosofische probleem dat wij kennen, zal een effectieve politieke nep-oplossing hebben gekregen en uit het publieke debat, en daarna uit de filosofie verdwijnen. Trump, de profeet van de ‘alternatieve feiten’ en pseudo-wetenschap, maakt ook in Den Haag school.

Maar zo’n  nep-oplossing op korte termijn die zich nu aftekent, moet ik mij persoonlijk aantrekken, want de statistisch bezien uiterste houdbaarheidsdatum van mijn lijf in mijn huidige incarnatie komt in zicht, en op die leeftijd moet men aan zijn toekomst gaan denken. Oftewel – ik meld dit niet zonder enige aarzeling – inzake voltooid leven begin ik me soms bijna een beetje ervaringsdeskundige te voelen. Plat gezegd: af en toe herken ik wel iets van mijzelf  in het soort mens die de ‘Voltooid leven’-activisten op hun mentale netvlies hebben. De non-weerklank die mijn filosofische analyse van het debat in mijn vorige stukjes gevonden heeft bij Mark, Sybrand, Alexander, Gert-Jan en Gerrit en zelfs bij Jesse, inspireert mij tot de zwartgallige retorische vraag ‘Is niet ook mijn leven intussen voltooid? Waarvoor zou ik het nog verder blijven proberen?’.

Maar eigenlijk is het, bedenk ik terwijl ik dit opschrijf, misschien gewoon een normaal kenmerk van mensen van onze leeftijd dat zulke gevoelens soms in ons opkomen.

Maar – alweer een ‘maar’; ik blijf maar (!) tobben – wat zeg ik nou? Het is een normaal kenmerk van mensen van onze leeftijd dat ‘een “voltooid leven”-gevoel’  soms in ons opkomt? Dat is natuurlijk een riskante opmerking. Het is niet ondenkbaar dat ‘Voltooid leven’ op afzienbare termijn standaard-routine wordt in de bejaardenzorg. Dat kan dan tot gevolg krijgen dat artsen en andere gezondheidszorgwerkers in de protocollen waarmee ze moeten werken geïnstrueerd zullen worden om uit zichzelf aan de cliënt voor te leggen of hij er misschien niet goed aan doet te gaan overwegen of misschien ook zijn/haar leven voor het predicaat ‘voltooid’ in aanmerking komt. ‘Duwtje in de rug’, heet dat in andere situaties [seks en zo] waarin een dergelijke werkwijze al gebruikelijk is.

Wie dat een belachelijk idee vindt, verwijs ik naar twee inspiratiebronnen, allebei uit onverdachte hoek. De ene is de CU. ‘Het uitgangspunt van de ChristenUnie in deze formatie is: we accepteren de bestaande medisch-ethische praktijk, in het besef dat deze door het overgrote deel van de bevolking wordt gesteund’, citeer ik uit het grote overzichtsartikel van NRC-redacteur Thijs Niemantsverdriet | in de krant van afgelopen zaterdag pagina 8 – 9 onder de titel die ik vandaag in de kop boven mijn eigen stukje van hem heb overgenomen. We weten allemaal wat hij bedoelt. Therapeutisch bedoelde zogenaamde zwangerschapsonderbreking [het moet zijn: zwangerschapsAFbreking was een halve eeuw geleden een ongehoord schandaal; nu wordt deze vorm van abortus provocatus ‘door het overgrote deel van de bevolking gesteund’, en de CU onderhandelt nu wellicht in dit verband alleen nog over haar wens om de wettelijke abortusgrens met zes weken te verlagen en aanverwant ‘klein wisselgeld’. Wie weet gaat Gert-Jan Segers straks akkoord met ‘zelfmoord samen met een ander’ onder voorwaarde van een verplichte bedenktijd van, pak weg, zes weken of verzin maar wat. Dat de ingreep onder de deknaam ‘voltooid leven’ moord is en moord blijft, laten we om de lieve vrede verder buiten beschouwing. ‘Stervenshulp’ is een veel beter woord.

De andere inspiratiebron voor mijn vermeend belachelijke idee is de column van Rosanne Hertzberger in dezelfde krant van afgelopen zaterdag onder de veelzeggende titel ‘Evolutie als excuus’. Ook deze auteur kwam in eerdere stukjes gedurende mijn komkommertijd al ter sprake. Op 11 juli desteronline.nl/komkommertijd-1-onvoltooid-leven-sjibbolet-kabinetsformatie gaf ik lucht aan mijn verbijstering over de vanzelfsprekende zelfverzekerdheid waarmee ze stelde dat ‘voltooid leven’ iets is dat voor ieder mens met normaal verstand vanzelf spreekt. Maar ik probeer steeds ook weer iets goed zoeken en wat Rosanne 12 augustus deed, was wel goed, althans minder slecht dan dat eerder genoemde stuk. ‘Evolutionair denken over geneeskunde levert boeiend leesvoer op’, citeer ik, ‘maar de beperkingen worden ook direct duidelijk. … Een … beperking is dat de evolutietheorie weinig te bieden heeft voor minder “fitte” mensen, ouderen bijvoorbeeld. Aangezien evolutie vooral op nageslacht gericht is, zijn onze levens evolutionair gezien eigenlijk voltooid zodra het nestje leeg is en het kroost gevlogen. Ouderen vormen voorplantingstechnisch gezien vooral een blok aan het been. Evolutionair gezien heeft gezond oud worden geen enkele zin, misschien zijn we er daarom zo slecht in.’ Tot zover het citaat.

Zakelijk-duidelijker kun je het haast niet zeggen. Evolutie dient alleen om de diersoort genaamd ‘mens’ in stand te houden en zodra de jongen op eigen benen kunnen staan en de voortplantingsfunctie bij de ouderen uitgedoofd is, kunnen we beter de evolutie ‘een duwtje in de rug geven’ en die overtollig geworden oudjes naar een – een nieuw begrip dat ik hier introduceer – ‘Kliniek voor aanwezigheidsonderbreking’ verwijzen. [Overigens moet ik hier opbiechten dat ik Rosanne hierboven onbehoorlijk selectief geselecteerd heb. Dit keer heeft ze best een goed punt, maar daar ging het mij nu even niet om; haar probleem is alleen dat ze evolutie gelijk stelt aan ‘evolutie volgens Darwin’. Dàt neem ik niet, en ik kàn het niet laten hier even te verwijzen naar mijn grote leermeester Rudolf Steiner (1861-1925). Die sprak in verband met de evolutie volgens Darwin van een Erkenntnisstrafe: een straf in de vorm van een totaal idioot bijgeloof inzake een absurde voorstelling van zaken. Erkenntnisstrafe is een onvertaalbaar, door Steiner zelf verzonnen en slechts één maal gebruikt begrip, dat zelfs in het Duits een raar woord is. Het vergt enige mentale acrobatiek om te vatten wat er mee bedoeld wordt. Ik omschrijf het aldus: de mensheid was ten tijde van Darwin, medio 19e eeuw, zó ver van de waarheid afgedwaald, had zó totaal alle zin voor de werkelijkheid verloren, was zó totaal van God los geraakt, dat die, voor straf, in deze absurde voorstelling van zaken volgens Darwin had moeten gaan geloven – zoiets.]

Maar – nu voor vandaag mijn laatste ‘maar’  – léérzaam was en is het allemaal wel. De evolutie heeft een doel, te weten toevoegen van een nieuwe eigenschap aan de schepping namelijk de vrijheid. En vrij kan alleen een zelfbewust individu zijn, dat het vermogen heeft om te spreken en om zo doende uiting te geven aan zijn zelfbewustzijn en daardoor die vrijheid te realiseren. Dat bedoel ik met mijn Grote Ontdekking van mijn stukje van vandaag. ‘Wie het vatten kan, die vatte het’, zou ik, Matth. 19:12 citerend, dit stukje willen besluiten – maar dat doe ik niet want ook inzake dit ‘vatten’ lig ik dwars.   In het Grieks staat ὁ δυνάμενος χωρεῖν χωρείτω. Het Griekse woord chorein dat hier gebruikt wordt betekent iets als omvatten; het verwijst naar (de) ruimte, met alle aspecten die tweeduizend jaar geleden aan dat begrip eigen waren. Alleen wie het al daadwerkelijk in zich heeft, kan het ook ruimtelijk binnen de ‘omvatting van zijn eenheid naar lichamelijk, zel en geest’, in zijn persoonlijke binnenwereld gewaar worden, en zodoende enigszins begrijpen, maak ik ervan. De Engelse vertaling waarover ik beschik zegt het mijns inziens ook beter: He that is able to receive it, let him receive it.

Wie moed heeft om verder te lezen, die leze verder, zeg ik dus maar (! Allerlaatste “maar”).

De krijsende vlucht vogels, die model staan voor wat elke dag, ieder uur, iedere minuut binnenkomt aan nieuws, berichten commentaren; zie plaatje met bijschrift op dit stukje en die van de vorige weken, komen uit een klassiek Frans gedicht:

desteronline.nl/komkommertijd-1-onvoltooid-leven-sjibbolet-kabinetsformatie

desteronline.nl/komkommertijd-2-toekomst-heet-appie

desteronline.nl/komkommertijd-3-make-holland-great-again

desteronline.nl/komkommertijd-4-tijd-gaat-snel-gebruik-wel

desteronline.nl/komkommertijd-5 de kabinetsformatie, zogenaamd ‘medisch-ethische’ kwesties, SOLK en de buikpijn van Alexander Pechtold

Zie ook www.kainamedia.nl.

[Dans la splendeur triste d’une lune

Se levant blafarde et solennelle, une]

Nuit mélancolique et lourde d’été,

Pleine de silence et d’obscurité,

Berce sur l’azur qu’un vent doux effleure

L’arbre qui frissonne et l’oiseau qui pleure.

[In de glans van een maan

die blekig en plechtig opkomt, een]

Nacht, droefgeestig en zwaar van zomer,

Vol stilte en duisternis,

Wiegt op het azuur dat een zachte wind voorzichtig aanraakt,

De boom die huivert en de vogel die huilt.

Hugo Verbrugh

Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)
[wysija_form id=”1″]