Gerard Jan van Leer, voorzitter van de Bewonersvereniging Kralingen-Oost

De commissie Wonen, Fysiek en Economie vergaderde de afgelopen week over de wijkvisie van de Bewonersvereniging Kralingen-Oost. Een wijkvisie op hoofdlijnen, benadrukt voorzitter Gerard Jan van Leer. En een wijkvisie die minder behoudend wil zijn dan de vorige: ‘Sommige veranderingen komen de wijk juist ten goede.’

door Martijn Klerks

Op de stenen paal aan het begin van de oprit naar de verbouwde kaasboerderij van Gerard Jan van Leer liggen een goedkope mobiele telefoon en het afgebroken logo van een Volkswagen. ‘Hier aan de kant van de weg gevonden’, zegt Van Leer, ‘en ik laat ze daar maar liggen, ook al is die telefoon inmiddels drijfnat. Misschien komt iemand ze ooit nog ophalen.’

Niet iets wat ik in een stad zou verwachten?
‘De sociale controle is hier inderdaad groter dan in de rest van Rotterdam. Je kunt je hier niet zomaar terugtrekken, en doen alsof je buren niet bestaan. Aan de andere kant heeft iedereen z’n eigen tuintje. Iedereen kan doen wat hij wil, zonder dat de buren daar direct last van hebben. Kralingen- Oost is, als je op de kaart kijkt, een dorp dat in de stad ligt. Het is hier ook heel dorps: mensen kennen elkaar, mensen groeten elkaar, en er is hier veel groen. Als je hier naar buiten kijkt, dan zie je de knotwilgen, en dan heb je helemaal niet het idee dat er aan de voorkant nog een tram rijdt. Dat dorpse karakter is waar de meeste bewoners zich door aangetrokken voelen.’

Hoe wilt u dat dorpse behouden?
‘Laat duidelijk zijn: wij zijn niet tegen de verandering. Maar als er een projectbureau komt dat een nieuw kantoor wil neerzetten, dan willen we dat graag goed bekijken: is er behoefte aan, wat betekent het voor het verkeer, wat betekent het voor het beeld van Kralingen? Als je zo’n project goed aanpakt, kan het een waardevolle aanvulling zijn. En om dat vooraf te kunnen beoordelen, heb je dus een algemeen beeld nodig van wat er goed is aan de wijk, en wat de kansen zijn. Sommige veranderingen komen de wijk juist ten goede, en het vorige plan hield die te veel tegen. Kralingen- Oost is een leuke wijk, en het kan een leuke wijk blijven, als we de plannen van anderen kunnen toetsen aan een algemene visie. We zijn als bewonersvereniging niet vaak tegen, maar soms zijn we wel voor iets anders, of komen we met eigen plannen.’

Gerard van Leer lichtte de Wijkvisie Kralingen-Oost toe tijdens de deelraadsvergadering op donderdag 31 januari j.l.

Gerard van Leer lichtte de Wijkvisie Kralingen-Oost toe tijdens de deelraadsvergadering op donderdag 31 januari j.l.

Wat zijn die eigen plannen?
‘Ik denk over het algemeen dat de meeste winst te behalen is door het toegankelijker maken van het groen. In de wijkvisie hebben we het plan voor de Kralingse Berg overgenomen, de overkapping van de A20. Met dat plan kun je het Kralingse Bos over de snelweg laten doorlopen naar Terbregge. En als je verder ook op de kaart kijkt, zie je wel allerlei groene plekken liggen, maar daar kan je vaak niet in. Als je het Rozenburgpark in wilt, word je van je sokken gereden, en daar heb ik niet eens het idee dat ik een park in loop: het is aan alle kanten ingesloten.’

En zo kent Van Leer nog meer stukjes groen die niet ten volle benut worden: ‘een hartstikke leuk groengebiedje’ achter de volkstuintjes van de Laan van Nooitgedacht ‘waar je helemaal niet in kan’, en een ‘knollenveld’ aan de Burgemeester Oudlaan, dat ‘na één regenbui in een moeras verandert. Daar zou je een polderpark van moeten maken, met paddenpoelen en waterminnende bomen om het overtollige water te bergen.’ De omgeving van het Arboretum: ‘Ieder stukje groen dat daar in de buurt vrijkomt, moet zo snel mogelijk bij het Arboretum worden getrokken.’

En buiten het groen?
‘Je zit hier zó op de snelweg, en zó in de stad, met al haar voorzieningen. Dat is ideaal, maar het trekt ook veel verkeer aan. We hebben net advies uitgebracht aan de deelgemeente over de Kralingse Plaslaan en de Kralingseweg. Dat zijn belangrijke wegen in de verkeerscirculatie van Rotterdam, die krijg je sowieso niet minder druk. De kunst is dan om die wegen voor iedereen zo prettig mogelijk te maken. Een van onze voorstellen is het aanleggen van een plateau, een verlengde drempel, bij het Rozenburgparkje, zodat de automobilisten even het gevoel hebben dat ze door een ander gebied heen rijden, waar mensen met honden lopen. Bij de Beatrixlaan, even verderop, is een belangrijke oversteekplaats voor fietsers en voetgangers, maar geen zebrapad. De parkeerhavens kunnen ook ietsje groter, en we denken ook wel aan een inhaalverbod.’

Nog een plan dat volgens Van Leer echt niet veel hoeft te kosten maar dat wel veel oplevert: een veilige wandelroute van de Hoflaan naar Excelsior. ‘Aan de Hoflaan ligt een basisschool, en naast Excelsior ligt een kinderspeeltuin. De Honingerdijk Beneden verbindt beide locaties. Langs die route lopen momenteel hele schoolklassen, met kleuters, en het is levensgevaarlijk. Aan de Honingerdijk Beneden zou je een soort houten voetpad boven de sloot kunnen maken, waarover die kinderen veilig naar de speeltuin toe kunnen lopen. Maar vergis je niet, wat we met de deelraad willen bespreken is een visie op hoofdlijnen. We hebben geprobeerd om een raamwerk neer te zetten waartegen we alle plannen kunnen toetsen, niet een serie plannen. Met deze visie kunnen we als gelijkwaardige partners praten met de deelgemeente, met de gemeente en met projectontwikkelaars.’