Op maandagavond begin ik mijn column na het lezen van NRC / Handelsblad. Naast mij staat mijn laptop met de mooiste muziek van J.S. Bach. Er wordt gezongen. Ik heb geen nieuws gezien op mijn TV. Er is om een onduidelijke reden geen geluid. Als mijn column af is ga ik proberen het geluid terug te krijgen. Het zal wel een knop zijn die ik moet indrukken. Ik stuur mijn columns als foto naar Wijnand Buursink in Hengelo (O.) waar ik geboren ben. Hij vindt ze leuk. Vandaag kocht ik een pak sinaasappelsap. Ik heb er al de helft van tot mij genomen.
Er kwam weken geleden een wens van mensen die ik nauwelijks ken. Zij zijn ‘s zomers in hun huis in Stavoren. Daar heb ik hun bezocht met mevrouw Dr. Stehouwer die inmiddels is overleden. Hoe zij aan mijn adres gekomen zijn is voor mij een raadsel. Ik moet hun nodig schrijven.
Ik kocht vandaag ook drie enveloppen met postzegels. Ik kan nu weer een tijdje vooruit. Als de column klaar is gaat die in een envelop naar mevrouw M. die de tekst met haar Apple zendt naar Rotterdam. Het is toch zonde om door muziek heen te typen. Dat moet soms maar. Nu is er juist een fraai stuk. Met een orkestje en een fluit die een mooie melodie heeft. De zanger zingt: Ich habe genug. Misschien weet een van de lezers welk stuk dit is in het werk van J.S. Bach. Ik ken een groot aantal maar niet alles.
Mijn kamer is vol Franse boeken. Ik lees nu Georges Ohnet. Ik hoop eens te horen wie hij was. Het boek is slecht gedrukt in 1884. Dat is een tijd geleden. Hoe ik aan het boek kom weet ik niet. Het is misschien geweest van oom Tinus Bergsma. Die las veel Frans. Ik heb in Amsterdam Frans gestudeerd. De studie heb ik niet afgemaakt. Wel kwam ik daar mijn grote liefde tegen. Dat is niets geworden. Wel weet ik waar zij nu getrouwd woont in Amsterdam. Ik ben benieuwd hoe zij er nu uitziet. Zij zal nu ook een jaar of 70 zijn. Het papier lijkt vol en ik teken dus:
Robin Adèr
recent commentaar