Wat is het allerbelangrijkste in het leven? De liefde en… een mooi verhaal! Hij is mij ontnomen. Of toch niet? U weet misschien nog van mijn column van vorige week dat ik een oud stoeltje heb aangeboden voor 5 euro. Een goed onderhouden stoeltje met een lange, mooie geschiedenis, waar ik zeer aan gehecht was, maar dat ik noodgedwongen moest wegdoen wegens ruimtegebrek. Uiteindelijk is hij weggegaan naar iemand waarvan ik de indruk had dat hij mij begreep. Hij zei door de telefoon dat, indien ik er spijt van zou krijgen, ik de stoel weer terug mocht kopen en hij grapte zelfs over ‘een eventuele omgangsregeling voor de stoel’. Dat vond ik komisch. Dan heb je begrepen dat ik toch nog aan de stoel gehecht ben en dat ik hem vergeleek met een kind waarvan gehouden wordt en waarvan de ouders zijn gescheiden. Later op de avond belde hij nóg een keer op en vertelde dat als ik de stoel aan hem zou verkopen, hij voor mij ook iets bijzonders had.
Ik kan hier niet vertellen wat het was, want dan wordt voor een aantal mensen duidelijk wie ik bedoel, dan breng ik de man misschien in verlegenheid en dat is niet de bedoeling. Laat ik maar zeggen dat het een vaas was. Het regende pijpestelen toen ik vorige week de stoel bij hem kwam brengen. Toen ik boven was verontschuldigde hij zich en zei dat hij de stoel wel wilde hebben, maar dat hij de vaas niet ging geven. Als ik daarom de stoel niet aan hem wilde verkopen, dan zou hij dat volledig begrijpen. Het gesprek ging gedurende 15 minuten alleen over die vaas. Hoe bijzonder deze was en hoeveel mensen hem wel zouden willen hebben. Maar ja, ik stond daar drie hoog met mijn stoel in de hand en ik wist eigenlijk ook niet wat ik moest doen. Ik heb hem de stoel dus toch maar gegeven, kreeg 5 euro en vertrok. Tenslotte zat ik helemaal niet op die vaas te wachten, dus waarom niet? Naar huis toe zat mij iets niet lekker, maar ik wist niet wat. Het was niet die vaas, de vaas was niet waardevol, alleen maar een beetje bijzonder. Ook die 5 euro natuurlijk niet, die heb ik gekregen, maar daar heb ik die stoel niet voor verkocht. Ik had hem ook gratis willen weggegeven, als mijn stoel maar goed terecht zou komen. Ik wist niet wat mij dwars zat. Die avond lag ik voor mijn doen vroeg in bed. Dan heb ik de gewoonte om alles van die dag nog even te overdenken. En ineens wist ik wat mij dwars zat. In dat kwartier dat ik bij die man thuis ben geweest is het gesprek alleen gegaan over die stomme vaas en niet één keer over mijn dierbare stoel. Hij heeft er zelfs niet eens naar gekeken of er iets over gevraagd of gezegd. Niets. Dat zat mij dwars. Maar beste meneer, ik wil hem niet terug hoor. Het is goed zo. Nog bedankt voor dat andere kleine aandenken dat u mij later alsnog stuurde en uiteindelijk heb ik toch nog een verhaal.
recent commentaar