Elke keer word ik er weer door overvallen, net als ik terug ben in Nederland. Dat ik weer moet wennen aan een aantal dingen. En geen spectaculaire dingen hoor, juist door de eenvoud van het leven word ik overvallen. Het begint al op Schiphol, dat ik denk ja, ik ben weer in Nederland. Iedereen kijkt voor zich uit en heeft geen oog voor de ander. Dat individualistische is meteen zichtbaar.
Iedereen staat bij de mededelingenborden voor zich uit te kijken. Niemand heeft oog voor de ander. Je pakt je koffers van de loopband en verdwijnt de anonimiteit in. Je gaat op in de massa, waarvan ik kan begrijpen dat mensen de illegaliteit in wandelen. Nobody cares. Dan de snelweg. Alle wegen zijn zo vol en goed onderhouden. Ik zie nergens kuilen in het asfalt, iets dat bijna dagelijkse kost is in Suriname. Eigenlijk, als je geen gat middenin het wegdek ziet, is het bijna ongewoon. Zo erg, dat ik mij afvraag of de persoon die over die wegen gaat geen gebruik hoeft te maken van die weg die vol met levensgevaarlijke kuilen zit.
Soms zijn de kuilen zo diep dat je erin komt vast te zitten en is je band naar de klos. En denk niet dat je iemand daarvoor verantwoordelijk kan stellen. O, nee. Dan had je beter uit je doppen moeten kijken. Het verschil zit hem ook in kleur van de mensen. In Suriname kijk ik tegen een massa mensen aan met een bruine huidskleur en hier in Nederland kijk ik tegen een massa aan met een blanke huidskleur.
Ik heb vaak een week nodig om weer te wennen aan alles. Ik neem dan ook mijn tijd. Luister veel naar het nieuws, omdat ik weer wil meedraaien met het leven hier. Ik betrap me er wel op dat ik een beetje in between zit. Langzaam schakel ik weer om naar het normale leven hier in Nederland. Ik heb het geluk dat ik kan kiezen. Een beetje in Nederland zijn en een beetje in Suriname zijn. En daar maak ik optimaal gebruik van.
Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)
recent commentaar