Corona is natuurlijk ook een op-en-top sociaal-psychosomatische aandoening. Dagelijks melden de media meer en sterker verschillende manifestaties in die sfeer – van claustrofobie en frustratie over het alsmaar binnen-moeten-zitten, via huiselijk geweld tot zendmasten in brand steken en andere uitbraken van complottheorieën.
De filosoof probeert zijn kalmte te bewaren en onderzoekt of hij uit het totaal nieuwe dat in de wereld gekomen is, iets totaal nieuws kan leren. Vorige week woensdagochtend ongeveer een uur na zonsopgang had ik zo’n groot leermoment. Ik stond in de keuken, maakte mijn eerste koffie en keek tussendoor naar buiten – naar het Rozenburgparkje in het oostelijk uitzicht van ons keukenraam – en opeens zag ik het. Wekenlang was het extreem droog en zonnig (gemiddeld 9½/ uur per etmaal zon!) geweest, nu had het voor het eerst ’s nachts geregend – DAT kon je ZIEN.
In het nieuwe groen dat ik op dat moment door ons keukenraam zag, ZAG ik voor het eerst in mijn leven letterlijk het vijfde element van onze aardse kosmos, de kwintessens oftewel de zogeheten aether.
Het klinkt misschien wat geëxalteerd (= 1. in grote blijdschap, 2. in vervoering, 3. zeer opgewonden, 4. overspannen – make your choice), maar zo was het. Ter nadere verklaring: als mensen vertellen dat ze een BijnaDoodErvaring hebben gehad, noemen ze meestal ook de dubbele bijzonderheid dat ze enerzijds per se woorden willen geven aan wat ze beleefd hebben om anderen erover te kunnen vertellen, anderzijds bijna wanhopig worden van het besef dat alle woorden van de wereld (≈ van DEZE wereld) daarvoor tekort schieten.
Zoiets had ik dus, vorige week woensdag omstreeks 7.15 uur. Terwijl ik dit opschrijf, gaan de wijze woorden van Albert Szent-György door me heen: ‘Discovery consists of seeing what everybody has seen, and thinking what nobody has thought‘: ‘Wetenschap is de kunst om te zien wat iedereen kan zien en daarbij iets te denken wat nog niemand eerder daarbij gedacht heeft’. Mijn probleem is nu, dat ik die aether voor mijn eigen overtuiging op dat moment weliswaar echt ‘gezien’ had, maar dat mijn verhaal erover op de lezer die het niet óók ziet, of op z’n minst ooit iets van die strekking zelf gezien heeft, zal overkomen als wodka zonder alcohol op de mens die een neut nooit versmaadt. Kijk naar het plaatje, lees het bijschrift en probeer u in te leven in wat ik bedoel.
Het plaatje spreekt enerzijds voor zichzelf, (ver)dient anderzijds een uitgebreid toelichting te krijgen, is ten derde qualitate qua in meerdere opzichten fake, nep, een artefact, een .. – you name it, en er zit ten vierde nog een veel langer verhaal aan vast. (1) Het plaatje laat zien wat het laat zien: de lezer ziet wat licht- en donkergroen struweel met in het midden een helderwit/geel deel waarvan (2) de toeschouwer kan weten of op z’n minst vermoeden, zeker wanneer hij/zij nevenstaande tekst gelezen heeft, dat zich daar de zon bevindt; maar (3) de nevenstaande tekst is een achteraf geschreven verslag van een in mijn herinnering gereconstrueerde momentopname om kwart over even ’s ochtends op 29 april, en deze foto is afgelopen zaterdag omstreeks 12.00 uur gemaakt; en (4) om het toch een béétje meer quasi-authentiek te maken kunt in een soort aetherische foto-galerij alle plaatjes vinden die zaterdag geschoten zijn (door, om ook dat te verantwoorden, kleinzoon Arend Alexander met medewerking van zoon Arne Christiaan).
Overigens spel ik ‘aether’ met ‘ae’ en niet volgens Het Groene Boekje om te doen uitkomen dat het begrip al voorkomt bij de oudste Griekse auteurs Homerus en Hesiodos, en dat met name Aristoteles er veel over schrijft in zijn boek Meteora. Ik citeer Ritter’s Historische Woordenboek: ‘Meteora, Meteorologos. Der Ausdruck ‹ta meteora› (griech. τὰ μετέωρα) bezeichnet in der vorsokratischen Naturphilosophie alle Erscheinungen über der Erde, sowohl der unteren Sphäre, des Aër, also Nebel, Wolken, Regen, Hagel, Schnee, Winde, wie auch der oberen, des Aither, also die Gestirne, die Sternbilder des Fixsternhimmels, die Planeten und ihre Bewegungen, Kometen und andere Lichterscheinungen des Himmel. Eine Meteorologie im eingeschränkten modernen Sinne wurde jedoch erst durch ARISTOTELES geschaffen: Meterologie als die Wissenschaft der Erd- und Luftbewegungen, wie Wetterstrahlen, kalte Schläge, Windhosen und ähnliche Erscheinungen mehr.’ Overigens schreef ik hier al over op 3 maart: desteronline.nl/meteorosofie
Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)
recent commentaar