Aanstaande zaterdag, 6 oktober, is het Dag van de Wilsverklaring van de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie. ‘De NVVE zal in alle 12 provinciehoofdsteden aanwezig zijn met een Informatiepunt Wilsverklaringen’, lees ik op hun site nvve.nl/dag-van-de-wilsverklaring. De term staat niet op de site, maar tussen de regels dóór is het voor mij óverduidelijk: dit gaat óók over ‘Voltooid leven’. Daar heb ik in De Ster eerder over geschreven, onlangs nog op 29 mei: desteronline.nl/voltooid-leven-de-nieuwe-standaard, alwaar verdere verwijzingen. Hier ga ik er op door.

De boodschap van de Vrijwillige Euthanasie-activisten wordt ieder jaar duidelijker en prominenter gepromoot. In de woorden van Job Cohen, die nu als activist voor ‘Voltooid leven’ meedoet op de NVVE-site: ‘Mensen hebben het recht zelf over hun einde te mogen beslissen’. Maar intelligent en bedachtzaam mens als hij is, beseft hij ook dat er wel een heel verhaal achter zit. “Het zelfgekozen levenseinde is een verdomd moeilijk onderwerp. Daarover raken we nooit uitgedacht”, stelt hij ook. “Ik sta helemaal achter het standpunt van de NVVE, … (Maar) de invulling is een stuk lastiger. De euthanasiewet is een mooie regeling die verder denken mogelijk heeft gemaakt. Dat betekent dat we in het verlengde daarvan moeten blijven praten en nadenken om ook op die andere terreinen tot aanvaardbare en zorgvuldige regelingen te komen.”

Een andere intelligente, bedachtzame en bekende Nederlander, Alexander Rinnooy Kan [zie elders m.i.v. a.s. woensdag op De Ster Online!], denkt en spreekt in dezelfde richting. ‘Dat Nederland de euthanasiewet tot stand heeft kunnen brengen, vervult mij in toenemende mate met trots. En als je ziet hoe de Levenseindekliniek dagelijks door een vergrootglas wordt bekeken, kun je niet anders dan bevestigd worden in het idee dat we op een heel delicaat terrein iets hebben gecreëerd wat uiteindelijk recht doet aan diepe, wezenlijke sentimenten. Ik kan hier alleen maar dankbaar voor zijn, ook in de wetenschap dat ik er zelf misschien nog een keer een beroep op kan doen’, stelde hij in Trouw van 22 september.

Ik ben het met beiden helemaal eens – maar op een totaal andere manier dan zij zelf bedoelen.

Met Cohen zou ik in gesprek willen komen over zijn stelling dat wij nooit uitgedacht raken over het zelfgekozen levenseinde. ALS dat ECHT HELEMAAL WAAR is, is je leven per definitie nooit voltooid, toch?

Rinnooy Kan ga ik mailen over wat IK zie als ik de Levenseindekliniek onder MIJN vergrootglas leg. Ik zie dan iets dat in het publieke debat met nadruk doodgezwegen wordt. Filosofisch-wetenschappelijke analyse van de zogenoemde BijnaDoodErvaring heeft in de laatste jaren aan het licht gebracht dat je zonder jezelf meteen onmogelijk te maken de stelling kunt verdedigen dat de mens – IEDER mens ALS ZODANIG – in de allerlaatste ogenblikken van zijn leven een overweldigend ‘panorama’ voor zijn ‘geestesoog ziet’, waarin zijn hele voorbije leven in beelden in zijn herinnering terugkomt. Die stelling heeft, zo stel ik hier en nu, de kwaliteit van een wetenschappelijk feit.

Met deze vorige alinea ben ik beland bij het eigenlijke onderwerp van mijn stukje van deze week.

In de zogenoemde BijnaDoodErvaring ligt veel meer ‘informatie’ verborgen dan de goêgemeente [soms fout gespeld: ‘goegemeente’] eruit haalt. Om die eruit te halen is gedegen EIGEN, zelf verwerkte kennis van het werk van Rudolf Steiner onontbeerlijk. Ook daar heb ik eerder in De Ster over geschreven: desteronline.nl/beeldend-denken-een-verhaal-over-twee-plaatjes.

Iemand die zich na en als gevolg van een BDE als self made man met het werk van Steiner is gaan bezighouden, is Jan P. Otter (drs. economie, EUR). Onlangs heb ik hem persoonlijk leren kennen, en wat hij is en doet heeft grote indruk op mij gemaakt. Hij heeft in korte tijd minstens drie hoogst originele boeken geschreven; komende weken worden ze gepresenteerd. ‘In een eerste benadering van de Antroposofie staat een instrumentele benadering centraal. Met eenvoudige modelletjes kunnen ingewikkelde principes kenobject worden van het denken. Maar de geestelijke wereld is meer dan dat. Zodra de innerlijke overstap gemaakt wordt naar het erkennen van de geestelijke wereld als een in samenhang functionerend systeem van geestelijke wezens, past de instrumentele benadering niet meer en kan op een intiemere wijze met de taal duidelijk gemaakt worden waar het bewustzijn zich op kan richten. En dat proces van denken naar bewustzijn is een essentie in de scholingsweg tot bovenzintuiglijke waarneming, die verder niet in dit boek aangeboden wordt, maar die elders kan worden betrokken, zoals in de Christengemeenschap of de Antroposofische Vereniging’, citeer ik uit een aanbiedingsbrief.

Hugo Verbrugh


Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)

Dit veld is vereist.
Lees hier de privacyverklaring Hiermee geeft u toestemming om wekelijks een nieuwsbrief te ontvangen.