(ingezonden mededeling)

N.a.v. de gebiedscommissievergadering van 10 december jl. moet mij nog iets van het hart. “We moeten erover praten!” Toen ik onlangs racisme en discriminatie bespreekbaar wilde maken binnen de Rotterdamse gebiedscommissie Kralingen-Crooswijk, waren de reacties heftig. Men gaf mij het gevoel dat ik iets verkeerds had gedaan. Wat ik wilde zeggen, heeft niemand gehoord omdat men het te druk had om mij de mond te snoeren. Verder wenste een gebiedscommissielid ‘verlost te worden van stemmingmakers’ zoals ik, ‘walgelijk’ was ik en een ‘draak’. Ik maakte ‘misbruik van hun vertrouwen’. Ik moest mij ‘kapot schamen’. De vergadering werd geschorst. Vanaf het moment dat ik mij voor het eerst openlijk uitsprak over racisme en ongelijke behandeling, negeert men mij en doet men alsof ik niet besta. Racisme wordt gebruikt als uitsluitingsmechanisme, uit eigenbelang en angst om de macht te verliezen. Persoonlijke aanvallen en groteske overdrijvingen leiden de aandacht af van waar het werkelijk over gaat.

Zolang het om witte mensen gaat, worden subsidieaanvragen gehonoreerd, ook zonder ambtelijk advies en financiële onderbouwing. En om je dan vervolgens erover te verbazen dat niet witte Rotterdammers geen zin (meer) hebben om zich in te zetten voor de wijk en zich in te vechten binnen het bestaande systeem, is bijzonder naïef en illustreert de “Witte Onschuld” waarover Gloria Wekker het in haar boek heeft. Het zou mooi zijn als de gebiedscommissie in de toekomst wat zorgvuldiger met mensen omgaat.

Debora Fernald (gebiedscommissielid GroenLinks Kralingen-Crooswijk)

Commissielid Oana de Visser laat desgevraagd weten geen behoefte hebben om te reageren. Zij meent dat dit de hele gebiedscommissie aangaat en dat er meer speelt dan waar het in het stuk van Debora Fernald over gaat. Wordt ongetwijfeld vervolgd.


Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)

Dit veld is vereist.
Lees hier de privacyverklaring Hiermee geeft u toestemming om wekelijks een nieuwsbrief te ontvangen.