Ik had onlangs weer eens een nare droom. In mijn droom werd uitgelegd, dat het leven eigenlijk bestaat uit maar drie fasen. Tot je twintigste bestaat die uit wonen, winkelen, leren en verzorgd worden. Daarna wonen, werken en winkelen. En in de derde en laatste fase, ongeveer vanaf je 65e, wonen, aanpassen, winkelen en weer verzorgd worden. En in alle fasen moet je van A naar B kunnen.

Met eigen of openbaar vervoer. Ook moet je je bij alles wat je wilt afvragen of de overheid het voor je regelt of dat je dat zelf moet doen. Meer niet. De rest (god, rechtvaardigheid, duurzaamheid,enz.) is luxe: niet nodig voor het leven. Dus het enige dat je steeds moet doen is ervoor zorgen dat je klaar bent voor de volgende fase. Zit je in fase 1 (opvoeding en opleiding), dan moet je je voorbereiden op fase 2: niet meer leren en verzorgd worden, maar werken. Zit je in fase 2 (je werkende leven) dan moet je klaar zijn om je aan te passen en weer verzorgd te worden. En in fase 3 moet je je verzorging van de oude dag zelf regelen en niet meer uitgaan van een overheid die je een standaardverzorging aanbiedt.

En toen kwam – in mijn droom dus – iemand van de deelgemeente op mij af. “Wil je op je oude dag verzorgd worden en in de deelgemeente blijven? Dan moet je je aanpassen aan wat er geboden wordt of het zelf regelen, via je kinderen bijvoorbeeld.” En daar zit natuurlijk mijn grote probleem. Ik heb mijn kinderen in hun fase 1 zo opgevoed, dat ze vooral goed voor zichzelf zorgen. Moedertje Staat zorgt wel voor mij. Nee dus. Een opvoedingsprobleem, dat je natuurlijk niet met terugwerkende kracht kunt oplossen: gedane opvoedingen nemen geen keer. Dat wordt dus voor mij aanpassen aan wat er geboden wordt. En als er nu niets geboden wordt? “Ja, dan moet u naar een andere deelgemeente.” En dat nu vind ik een afschuwelijk vooruitzicht. Ik houd van Kralingen-Crooswijk. Badend in het zweet werd ik wakker. Gelukkig was het maar een boze droom. Zover is het natuurlijk nog niet.

Eduard Schuringa