Er is zoveel armoe in de wereld. Kijk om je heen, dan zie je dat. Deze man sloot zijn ogen niet voor de werkelijkheid en kwam in actie. Hij had een goed lopend eethuis met winkeltje. Verkocht eten en spullen. Hij kende zijn klanten. Maakte altijd een praatje met iedereen. Op die manier wist hij heel veel van iedereen. Hij zag een kleine jongen regelmatig voorbij lopen. Dat jongetje zag er armoedig en hongerig uit. Hij stal uit het winkeltje. Wilde net wegrennen toen de vrouw van de man en zijn dochter die ook meehielpen in de winkel, zagen dat hij iets gepikt had. De vrouw rende achter hem aan, greep hem in de kraag en ritste dat gestolen spul uit zijn zakken. Ze vroeg waarom hij dat gestolen had, en wat hij daarmee wilde doen. Hij keek verlegen en betrapt naar de grond en zei dat hij het aan zijn moeder zou geven. Die eigenaar van de winkel zag wat er gebeurde en kwam erbij staan. Hij pakte dat wat die jongen gestolen in zijn hand en vroeg niet schreeuwerig maar heel normaal en ook bezorgd toen hij naar dat spul keek dat die jongen gestolen had: ‘is je moeder ziek?’ Het jongetje knikte zonder op te kijken. De winkeleigenaar gaf niet alleen de gestolen spullen mee maar haalde zelfs nog wat bankbiljetten uit zijn zak en stopte het met dat spul dat die jongen uit zijn winkel gestolen had in een plastic tasje en gaf het hem. Langzaam keek het jongetje omhoog naar de winkeleigenaar. Hij keek en de man knikte met een blik van: maak je geen zorgen, dit krijg je gratis van mij. Blij rende de jongen weg. Zijn vrouw schreeuwde hem nog na ‘steel niet meer’. Iets later kwam er een zwerver langs. De dochter wenkte haar vader, hij pakte wat te eten en gaf het aan de zwerver.

30 jaar later was de winkel er nog steeds. Die vader maakte lange dagen om het draaiende te houden. Op een goeie dag werd die vader onwel en viel neer. Kwam in het ziekenhuis te liggen. De dochter kreeg een dikke rekening van het ziekenhuis. Een immens bedrag moest ze betalen voor de behandeling van haar vader. Paniek slaat toe want dat geld hebben ze niet. Het was maar een klein eenvoudig winkeltje dat ze hadden. Ze maakte zich zorgen over hoe dat bedrag bij elkaar te krijgen. Ten einde raad besloot zij hun winkeltje in de verkoop te doen. Er kwam een mededeling op het raam van hun winkeltje: te koop.

Ze had nog even een gesprek met de arts over hoe het ervoor stond met haar vader. De arts keek haar aan en vertelde het een en ander. Ze zat de hele dag, bij het bed, aan de zijde van haar vader in het ziekenhuis. Moe viel ze heel even in slaap. Toen ze ontwaakte zag ze een vel papier ter hoogte van haar hand. Ze pakt het op en las. Dat was de ziekenhuisrekening. Maar in plaats van al die enorme bedragen die er eerst stonden stond nu: 00,00. Totaal te betalen weer: 00,00. Ze keek om zich heen en dacht wat is er hier aan de hand? Er was een brifje bij. Daarin stond: deze rekening is 30 jaar geleden reeds betaald. Met een lijst met spullen die de kleine jongen indertijd van de winkeleigenaar had gekregen toen hij eigenlijk aan het stelen was voor zijn zieke moeder. Toen pas viel het kwartje bij de dochter. Ze moest er weer aan terugdenken. Dat haar vader zo goed voor dat kleine arme jongetje geweest was. En nu, 30 jaar later, is die kleine jongen arts geworden. De arts met wie ze kort daarvoor had gezsproken was dat jongetje van toen.

Toen ze dat door had. Ging er een golf van emotie door haar heen. Zij had nooit gedacht dat 30 jaar later die goodwill actie van haar vader zijn leven zou redden. Geven is de beste communicatie.

Lita Gunther

Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)
[wysija_form id=”1″]